Nieuws archief

Nieuws archief

Had ik maar eerder geweten wat welzijnswerk voor me kon doen

04 augustus 2020

Komende weken delen we verhalen over diverse werksoorten vanuit onze onderliggende organisaties. Hoe en waarmee bieden we aan kwetsbare mensen ondersteuning.
Medewerkers en hun cliënten vertellen over hun werkzaamheden en ervaringen.

Voor Yvonne is de hulp van de welzijnswerker van grote waarde!
Een mooi voorbeeld van wat welzijn voor mensen kan betekenen.

Wie: Yvonne Singerling (54), Cliënte Mooi welzijn

Hoe bent u in contact gekomen met het welzijnswerk in Den Haag?
‘Ik weet dat eigenlijk niet precies. Er speelden vorig jaar een aantal dingen tegelijk. Ik had op Facebook gereageerd op iemand die eten aanbood. Dat had ik niet voldoende, dus daar reageerde ik op. Het kan zijn dat die persoon het balletje aan het rollen heeft gebracht. Ook kan het zijn dat het naar aanleiding is van een bezoek dat ik vorig jaar bracht aan de sociale dienst. Ik zit in de bijstand en dan moet je af en toe langs komen om te laten zien dat je solliciteert en dergelijke. Daar vertelde Saskia Zwinkels (red: Mooi welzijn) dat mijn inkomen eigenlijk veel te laag was en dat ik recht had op extra inkomen. Sindsdien word ik door allerlei mensen gebeld waar ik het bestaan niet eens van wist. Of het nu de uitkeringsinstantie geweest is of via dat Facebookverhaal, dat durf ik niet meer te zeggen.’

Vindt u het vervelend of fijn dat u nu door verschillende mensen wordt gebeld?
‘Ik vind het erg fijn. Het dringt niet altijd even goed tot me door, want ik zit onder de medicatie, maar dat ze me helpen vind ik erg fijn. Er zijn zelfs mensen die hebben geholpen met eten voor mijn kat.’

Wie bellen er precies?
‘De eerste was Saskia. Dat was precies in coronatijd. Ze kon dus niet langskomen en ik was ook nog eens grieperig. Zij hielp om me aan te melden bij de voedselbank. Ook belde er daarna iemand van de gemeente, die hielp met een aanvraag voor schuldhulpverlening. Saskia had daar eerder al uitleg over gegeven. En dus die mevrouw van Facebook. Die helpt me ook nog steeds met van alles. Die schuldhulpverlening enzo, ik wist niet eens dat dat allemaal bestond. Ik kan dat zelf niet één twee drie bolwerken allemaal door die medicatie.’

Hoe is de coronatijd voor u geweest?
‘Ik zit altijd al binnen, dus dat is niet veranderd. Ik durf nauwelijks naar buiten, omdat ik snel in elkaar zak. Dat is vorige week ook weer gebeurd.’

Hoe komt dat?
‘Dat zijn restverschijnselen van een spierziekte die ik had toen ik 16-17 was: Guillain-Barré syndroom (GBS). Daar heb ik twee jaar voor in het ziekenhuis gelegen. Het ging zo slecht, dat ze me hebben moeten reanimeren. Ik was zelfs opgegeven. Uiteindelijk ging het langzaam maar zeker weer beter. Ik heb alles opnieuw op moeten bouwen: praten, lezen, schrijven, alles. Toen ik GBS kreeg was er nog niets over bekend. Er was ook nog geen medicijn voor, dat is ook de reden dat ik veel last heb van restverschijnselen.

Heeft u dat nog steeds?
‘Ja, ik heb nog steeds vaak pijn en ik zak dus soms spontaan in elkaar. Ik heb al die jaren wel doorgelopen, altijd gewerkt, maar dat gaat de laatste jaren steeds slechter.’

Wat voor werk heeft u gedaan?
‘Ik werkte als toezichthouder, als parkeerbeheerder, als controleur bij HTM, in de administratie bij de Consumentenbond, als medewerker bij Interim Justitia. Ik heb dus best wel veel gedaan. Rond 2015 moest ik stoppen, het ging gewoon niet meer. Ik zakte in elkaar en had veel pijn in mijn rug. Toen bleek ik ook nog een hernia te hebben en slijtage in mijn onderrug en in mijn heupen.’

Dus nu zit u vooral thuis? Heeft u steun van familie of vrienden?
‘Mijn zoon komt soms langs met zijn vrouw of de kleinkinderen. Soms eens per week, soms eens per maand.’

Vindt u het vervelend dat u bijna niet naar buiten kunt?
‘Niet echt, ik ben snel bang als ik buiten ben dat iemand me aanraakt of dat ik val. Mijn angst is te groot dus durf niet naar buiten. Ik ga alleen als het echt niet anders kan.’

Hoe vult u de dag?
‘Ik lees en ik puzzel, voor zover dat gaat. Want concentreren is soms lastig door wat ik allemaal heb meegemaakt enz en door de medicijnen. Ik heb een saai leventje.’

Wat betekent de hulp van iemand als Saskia voor u?
‘Heel veel. Ze kan goed luisteren. Ik hoop niet dat ik steeds een ander krijg. Ik houd er niet van om steeds verschillende personen te krijgen en telkens opnieuw mijn verhaal te moeten doen. Dan hoeft het voor mij niet meer.’

Wat doet Saskia voor u?
‘Ze heeft dus die schuldhulpaanvraag en voedselbank voor me geregeld. Ze heeft er ook voor gezorgd dat ik maaltijden thuis bezorgd kreeg. En ze controleert of het goed met me gaat. Ze belt me eens in de paar weken, en dat is prima.’

De hulp van de welzijnswerker betekent heel veel voor me

U bent pas op uw 54e in aanraking gekomen met welzijnswerk. Wat vindt u daarvan?
‘Als ik eerder had geweten dat het bestond, had ik er heel graag eerder gebruik van gemaakt. Bijvoorbeeld tijdens mijn scheiding, dat heeft vijftien jaar geduurd, een echte vechtscheiding. Hij stalkte me, schold me uit tijdens mijn werk en probeerde me steeds aan te rijden en dergelijke. Het is zo fijn dat ze nu helpen met belastingen, huur, schuldhulpverlening en dat ze een luisterend oor bieden.’

Waar komt u wel de deur voor uit?
‘Als het moet, boodschappen. De LIDL zit aan de overkant van de straat. En de buurman neemt me mee naar de voedselbank.’

Zou u het wel leuk vinden om ergens naartoe te gaan?
‘Nog niet eerlijk gezegd, maar dat heeft gewoon met mijn hele verleden te maken. Ik voel me niet eenzaam, maar ik vertrouw mensen niet, daar heb ik te vaak slechte ervaringen mee gehad en teveel voor mee gemaakt. Vandaar dat ik bij PSYQ onder behandeling ben. Althans, ik sta nog in de wachtrij maar krijg wel mijn medicijnen om rustig in mijn hoofd te worden.’

Wat zou de gemeente of een organisatie als Mooi welzijn nog meer voor u kunnen doen?‘Ik heb meerdere kleine schulden waarvoor ik afbetalingsregelingen had getroffen, maar ook nog één hele grote schuld. Die grote schuld wegwerken zou geweldig zijn. Verder heb ik niet echt dromen, ik doe gewoon mijn eigen ding. Ik val niemand lastig, dus mensen hoeven mij ook niet lastig te vallen. Ik heb ook af en toe telefonisch contact voor hulp met wat ze zeggen een vorm van CPTSS is. Toen ik een keer bij de huisarts zat, was daar ook een maatschappelijk werker of iets dergelijks waar ik een paar gesprekjes mee heb gehad. Na twee jaar heb ik besloten om me aan te melden voor hulp. Daar wacht ik nu al ongeveer een jaar op tot dat traject begint. Er is alleen een groepsgesprek geweest, dat was vlak voor de coronacrisis uitbrak. Ze wilden me toen naar een of andere instelling brengen, maar dat wilde ik echt niet. Ik wil niet uit mijn eigen omgeving weg, dat doe ik niet. Ik wil gewoon in mijn vertrouwde omgeving blijven. Maar ik weet niet goed wat ik er van moet verwachten allemaal. Even afwachten maar.’

Download hier het verhaal in pdf

De hulp van de welzijnswerker betekent heel veel voor me

 

Door de kier van de deur kregen we zicht op de armoede en het psychisch leed

03 augustus 2020

 

 

Komende weken delen we verhalen over diverse werksoorten vanuit onze onderliggende organisaties. Hoe en waarmee bieden we aan kwetsbare mensen ondersteuning.
Medewerkers en hun clienten vertellen over hun werkzaamheden en ervaringen.

Collega Saskia Zwinkels vertelt in dit interview over wat sociaal werk allemaal inhoudt.

Wie: Saskia Zwinkels (47)
Wat: Algemeen maatschappelijk werker /  sociaal werker
Waar: Mooi welzijn
Locatie: Rustenburg- Oostbroek - Leyenburg

Wat is het verschil tussen een maatschappelijk werker en een sociaal werker?
‘Een maatschappelijk werker is opgeleid om psycho-sociale hulpverlening te bieden aan mensen. Je richt je dan op mensen met een hulpvraag over bijvoorbeeld relaties, omgang met kinderen, financiën, het vinden van werk, het vinden van een nuttige dagbesteding. Het is heel breed. Mensen krijgen dan vaak 1-op-1 begeleiding, meestal kortdurend, bijvoorbeeld een beperkt aantal gesprekken. Er wordt ook groepsgewijs gewerkt, bijvoorbeeld door het verzorgen van trainingen. Onder sociaal werk vallen verschillende disciplines: maatschappelijk werk, ouderenwerk, jongerenwerk, participatiewerk.’  

Jij bent dus breed inzetbaar?
‘Ja, en ik werk op één van de zeventien Haagse Servicepunten XL. Dat zijn door de gemeente gesubsidieerde laagdrempelige voorzieningen waar mensen met problemen terecht kunnen. Ze bestaan sinds 2014 en er wordt veel gewerkt met open inloop, zodat mensen gelijk geholpen kunnen worden met hun vragen. Dat gaat dan vaak over de vraag waar iemand op dát moment mee zit. Dat is een valkuil, vooral als de werkdruk hoog is. Want vaak speelt er meer. Ons werk is om een plaatje te maken van iemands leven, om de problemen in kaart te brengen. Vervolgens kunnen we dan samen een plan maken om verbeteringen aan te brengen in de verschillende leefgebieden die we onderscheiden. Het doel is er voor te zorgen dat iemand weer zelfstandig verder kan.’ 

Hoeveel mensen kun je jaarlijks helpen in zo’n wat langer traject?
We hebben in ons Servicepunt XL Escampade 680 uur per jaar voor trajecten. Voor een traject wordt gemiddeld tien uur genomen, dat is inclusief gesprekken, verslaglegging en contact met derden. Dan kom je dus op 68 trajecten per jaar.’ 

We maken samen met mensen een plan om verder te kunnen

 

Is dat genoeg?
‘Als je mensen goed wilt begeleiden is dat lang niet genoeg. In mijn wijk alleen al zou het minstens het dubbele moeten zijn.’

Waarom krijg je die tijd niet?
‘Omdat er maar beperkt subsidie beschikbaar is vanuit de gemeente. Overigens hebben we naast die 680 uur ook nog negen dagdelen nodig om überhaupt open te zijn, waar ook mensen voor nodig zijn. Er we hebben collega’s nodig die de straat op gaan om mensen attent te maken op ons werk. Want niet iedereen vindt ons zomaar. Mensen die een bijstandsuitkering hebben, zijn vaak wel op de hoogte van onze voorzieningen, omdat ze informatie van de gemeente krijgen. Maar mensen met een inkomen uit werk die nooit met de gemeente van doen hebben, weten ons vaak niet  te vinden.’

Is dat een probleem?
‘Ja, zeker voor mensen die een flexibel contract hebben. Ze lopen snel de kans om een inkomen onder bijstandsniveau te krijgen. Ze weten dan soms niet dat ze recht hebben op een aanvulling, of dat ze recht hebben op een WW-uitkering. En dan weten ze ook niet dat wij ze kunnen helpen.’

Wat zou het maatschappelijk rendement zijn áls je wel het dubbele aantal uren zou hebben?
‘Je zou dan meer kwetsbare mensen kunnen vinden, omdat je daar dan meer mensen voor kunt inzetten. Je kunt daar een armoedeval mee voorkomen. Armoede is een killer, het is heel ontwrichtend, ook voor gezinnen. Armoede levert stress op en beïnvloed je functioneren. Mensen reageren slechter op brieven, krijgen een korter lontje, trekken zich terug, participeren minder, zijn minder zelfredzaam. Het levert eigenlijk alleen maar negatieve effecten op. Uit onderzoek blijkt dat zelfs het IQ achteruit gaat als mensen in armoede leven. En het wordt voor mensen ook alleen maar moeilijker om een baan te vinden als ze in armoede leven, door al die stress.’

Zou je dan kunnen zeggen dat in economische termen uitgedrukt meer welzijnswerk zou leiden tot meer besparingen op gemeentelijke uitgaven, of gaat dat te ver?
‘Uiteindelijk is dat echt zo. Want als sociaal werk er niet is en je laat mensen die armoedeval in gaan, dan kost dat de maatschappij zeker meer geld.’

Hoe werkt dat dan?
‘Het is een investering: het kost eerst geld doordat je iemand bijvoorbeeld in een schulphulpverleningstraject zet. Maar als je iemand zijn of haar veerkracht terug geeft kan de weg naar werk weer gevonden worden. En daardoor bespaar je. En dat geldt dus voor veel mensen: als we de tijd krijgen om iemand te begeleiden, geef je iemand zijn of haar kracht terug. Mensen hervinden hun zelfvertrouwen en daardoor gaan ze weer meedoen. Ze krijgen weer grip op hun leven en gaan zelf weer zelf keuzes maken.’

Als mensen geen gebruik kunnen maken van sociaal werk en de armoedeval ingaan, kost het de maatschappij meer geld

 

Heb je een concreet voorbeeld van hoe je dat doet?
‘Toen de coronacrisis startte half maart kwam er een centraal telefoonnummer voor mensen die hulp nodig hadden. Er meldde zich toen een vrouw die aangaf corona-achtige klachten te hebben en dat ze daarom niet zelf boodschappen kon doen. Wat bleek: die vrouw leefde al maandenlang van 16 euro per maand, omdat ze honderden euro’s per maand betaalde aan afbetalingsregelingen die ze zelf met schuldeisers had getroffen. Ik kon er op dat moment niks aan doen, want ik kon niet langskomen. Ik kon wel een verkorte aanvraag doen voor een voedselpakket. Eind mei kwam ze naar het servicepunt en praatten we verder. Ze bleek door omstandigheden een bijstandsuitkering te hebben, maar verder was er niks voor haar geregeld. Ze wist niet dat ze hulp kon krijgen, ze wist niet dat ze schuldhulpverlening kon krijgen, terwijl ze duizenden euro’s schuld had waar ze zelf niks aan had kunnen doen. Ze had altijd gewoon hard gewerkt, maar ging nu gebukt onder de stress en uitzichtloosheid. We konden haar nu vertellen wat er mogelijk was via schuldhulpverlening. Nu kan ze met behulp van advies haar financiële situatie direct stabiel gaan maken.’

Welke leeftijden hebben de mensen die je helpt?
‘Dat is erg gevarieerd. Wij krijgen hier in de wijk relatief veel mensen die tussen de 30 en 40 jaar zijn. Dat komt onder andere doordat er veel Poolse arbeidsmigranten in de wijk wonen. Zij leven vaak met veel mensen in één huis, of ze betalen een te hoge huur voor een slechte woning bij een particuliere huisbaas. Ze hebben ook vaak slechte arbeidscontracten en jonge kinderen en dat levert snel problemen op. Zo komen ze bijvoorbeeld niet meer in aanmerking voor kinderopvangtoeslag omdat ze in het verleden de toeslag niet of te laat hebben stopgezet. Niet bewust, maar gewoon omdat ze niet weten of en hoe dat moet. Maar dan komen ze dus in de knel met hun werk. Wij proberen daar dan bij te helpen.’

Wat zijn andere doelgroepen?
‘Over het algemeen kan worden gezegd dat mensen uit kwetsbare groepen bijv. met een lage sociaal economische status, ouderen en mensen die de taal niet machtig zijn vaak om hulp vragen. Wij zijn voor mensen het eerste aanspreekpunt voor heel uiteenlopende problemen. Mensen die zich met terugkerende psychosomatische klachten bij de huisarts melden, worden naar ons doorverwezen via ‘Welzijn op Recept.’

Er komen bijvoorbeeld ook veel oudere mensen langs die hulp nodig hebben bij wmo-aanvragen. Of mensen die hulp zoeken bij kwijtschelding van gemeentelijke en waterschapsbelastingen.’

Voelt het als dweilen met de kraan open, dat je vooral de gevolgen van problemen helpt oplossen, of heb je genoeg ruimte om ook de oorzaken van de problemen zelf aan te pakken?
‘Wij zeggen zelf vaak dat we alleen maar gevolgen aan het oplossen zijn. Vaak zijn dat de gevolgen van bureaucratie en procedures die te ingewikkeld zijn. Regelingen waar je alleen gebruik van kunt maken als je digitaal vaardig bent. Daaraan besteden wij veel tijd in ons werk. Te veel tijd, noodgedwongen helaas, daardoor kunnen we geen totaalbeeld krijgen van iemands problemen.’

Hoe zie je de toekomst wat dat betreft? Gaat het wel de goede kant op?
‘Ik zie dat er een aantal mensen in het werkveld zijn die goed in tekst en woorden kunnen laten zien wat er mis is en wat er aan scheelt. Ik heb de hoop dat hun inzet gaat helpen. Aanvragen worden waar mogelijk bijvoorbeeld vereenvoudigd en zoiets als de Ooievaarspas helpt ook goed. Maar iemand helpen kost gewoon veel tijd en die tijd is er helaas vaak niet. We proberen natuurlijk wel met de uren die we hebben overkoepelend te denken over hoe ook systemen en werkprocessen verbeterd kunnen worden, zodat we niet alleen individuele problemen telkens opnieuw aan hoeven te pakken.’

Wat is de impact van de coronacrisis geweest?
‘Mensen zitten nu nog thuis, maar we verwachten een tsunami aan hulpvragen. We maken nu een checklist, een stroomschema, waarmee we bijvoorbeeld financiële knelpunten kunnen nalopen. Wat doen we bijvoorbeeld als iemand uit huis gezet dreigt te worden? Vanaf het begin van de crisis stond het welzijn van mensen direct centraal. Want veel kwetsbare mensen konden ineens niet meer bij voorzieningen. Dat ging tijdens de eerste weken om de eerste levensbehoeften: maaltijden en boodschappen. We moesten direct schakelen om mensen die dat nodig hadden van eten te voorzien, volgens de behoeftenpiramide van Maslow. Wat later kwam eenzaamheid: mensen die niet meer naar buiten durfden, of door een arts geadviseerd waren binnen te blijven.’

Hoe is het nu?
De welzijnsorganisaties hebben gekozen voor één centraal telefoonnummer. Het nummer was in de eerste weken van de Corona crisis van 09:00-21:00 bereikbaar. Dat was goed. Er kwamen allerlei vragen. Zelfs ‘kan ik naast mijn partner in bed gaan liggen?’ Maar dus ook vragen over boodschappen, kwijtschelding, iets kunnen kopiëren, huiselijk geweld, eenzaamheid, van alles. Ook waren er mensen die belden dat ze een kwetsbare persoon in hun omgeving hadden. Die meldden bijvoorbeeld dat ze zich zorgen maakten om een buurvrouw die er slecht uit zag. We konden bij niemand naar binnen, maar bij het verstrekken van maaltijden door de kier van de deur kregen we vaak direct zicht op de armoede en het psychisch leed. Dat die doelgroep nu in het vizier is gekomen is heel fijn.’

Als sociaal werker zijn we enorm betrokken maar we moeten opletten dat onze eigen batterij niet opraakt

Kun je daar nu al iets mee?
‘Ja en nee. We hebben ze in het vizier, maar we lopen ook tegen de grenzen van de AVG aan. Dus het is soms erg ingewikkeld. En: we verwachten dus veel extra drukte, omdat meer mensen nu financieel in de knel komen door de coronacrisis. Daar zijn nog helemaal geen extra mensen of middelen voor. Dat maakt het lastig. Als sociaal werker zijn we enorm betrokken, maar we moeten dus ook echt oppassen dat onze eigen batterij niet opraakt, want we lopen ons nu het vuur uit de sloffen. Ik hoop dat de professionals van de gemeente snel weer bij ons op locatie aansluiten, zoals de specialist van de helpdesk Geldzaken. Dat zou enorm helpen. We hebben meer menskracht nodig om de toestroom van hulpvragen te kunnen opvangen.’

Download hier het verhaal in pdf

Ik zou die maandagen niet willen missen!

27 juli 2020

Komende weken delen we verhalen over diverse werksoorten vanuit onze onderliggende organisaties. Hoe en waarmee bieden we aan kwetsbare mensen ondersteuning.

Medewerkers en hun cliënten vertellen over hun werkzaamheden en ervaringen.

Mevrouw Clara van der Zwan zou de maandagen op het wijkcentrum niet willen missen!

Een mooi voorbeeld van de waarde van het ouderenwerk van welzijn.

Wie: Clara van der Zwan (74)
Wat: Cliënte Mooi welzijn
Waar: Den Haag
 

U was vergeten dat we vandaag dit interview zouden hebben en u haalde in het voorgesprek wat data, tijden en zelfs jaren door elkaar, is dat toeval?
‘Nee, ze zeggen dat ik dementerend ben. Ik vind het wel eens lastig om dingen te onthouden.’

Is het daardoor nu ook moeilijk te begrijpen wat er allemaal gebeurt in deze coronatijd?
‘Ik snap wel dat het ingewikkeld is. Zeker het begin was een hele moeilijke tijd. Ik kon niet naar Els komen en het was onzeker hoe alles zou gaan.’

Els is de sociaal werker van stichting Mooi toch? Hoe kent u haar?
‘Ja. Ik ga daar elke maandag naartoe. Bij hen is er altijd veel rust. En omdat Els veel van wandelen houdt gaan we veel weg. Ze trekt ons allemaal mee. Dat lopen is soms wat veel voor me. Ik ben 74, dus ik merk het wel. Maar ik vind het wel leuk hoor, het is goed om er uit te zijn,

U bent 74, dan heeft u ongetwijfeld al veel gedaan in uw leven?
‘Ja. Ik heb heel veel gewerkt, in een hotel gewerkt op Scheveningen. Ook heb ik samen met mijn vader de krant gelopen en mijn moeder geholpen met overleven, want zij was overspannen van de oorlog. Uiteindelijk overleed ze, en mijn vader ook. Ik heb 23 jaar lang een relatie gehad met een Turkse man. In het begin was het erg leuk, maar het werd erg moeilijk. Hij heeft uiteindelijk mijn zoon meegenomen naar Turkije, dat heb ik hem nooit vergeven. Nu doe ik niet zoveel meer, omdát ik 74 ben.’

Hoe bent u in contact gekomen met Els?
‘Ik kom daar al heel lang. Zeker van voor de coronacrisis. Maar ik weet niet hoe lang daarvoor. We wandelen dus, we hebben lunches aan gezellige eettafels, doen aan handenarbeid waarbij we poppetjes of kaarten maken. Het is altijd erg leuk. Maar ze vindt dus vooral dat wandelen leuk.’

We wandelen, hebben lunches en doen aan handenarbeid. Het is altijd erg leuk.

Doet u dat alleen met haar of in groepsverband?
‘In groepjes. Meestal met mensen die vaker komen. Sommigen zijn ouder dan ik, anderen jonger. Sommigen zie je maanden niet omdat ze in het buitenland zijn en dan ineens weer mee doen, anderen wat vaker.  Omdat je niet weet of ze er de volgende keer weer zijn., vind ik het niet zo leuk om zomaar contact te houden.

Heeft u behoefte aan regelmaat?
‘Soms. Ik kan op maandagen langs bij Els om koffie te drinken. Maar er mogen vanwege corona maar twee mensen binnen en je mag maar kort blijven. Dat is wel lastig. Verder fiets ik veel, door het park. Ik doe het huishouden, stofzuigen, ramen zemen. Daar heb ik nu ook hulp bij, die komt op donderdagen van vier tot zes, die komt dan om de was te doen en het bed te verschonen. Dat heeft mijn dochter aangevraagd denk ik. Hoe ze dat geregeld heeft weet ik niet, maar het is dus een huishoudelijke hulp.’

Naast het contact met Els van stichting Mooi heb je dus ook een huishoudelijke hulp. Is dat alle ondersteuning van buitenaf?
‘Nee, er is ook nog een casemanager. Die komt me wel eens halen om te gaan fietsen. Ik heb geen idee wie die casemanager geregeld heeft, mijn dochter of Els, of nog iemand anders. Maar het is wel gezellig. Ik weet niet hoe dat allemaal werkt.’

Hoe ziet je sociale leven er verder uit?
‘Mijn kinderen komen regelmatig langs en ik heb ook kleinkinderen, dus ik ben ook oma.’

Komen er behalve je kinderen ook nog andere mensen over de vloer?
‘We wonen in een flat, ik vind het ongemakkelijk om andere mensen over de vloer te hebben. Als het mooi weer is ga ik lekker buiten zitten en dan zien we elkaar wel. Dat is voor mij genoeg.’

Zou u vaker langs willen gaan bij Els?
Nee, het is goed zo.

Maar u vindt het dus wel belangrijk dát u er langs kunt?
‘Zeker. Ik zou het heel erg saai vinden als dat niet meer zou kunnen, je moet wel onder de mensen blijven.’

Wat vind u van het werk dat ze doen?
‘Het is echt vervelend dat ze nu geen kant op kan. De gezellige eettafels kunnen nu niet. En je mag dus maar heel kort komen. Maar ik vind vooral dat Els echt heel goed bezig is, ze is heel sociaal en ik zou die maandagen niet willen missen.’

Download hier het verhaal in pdf

In de eerste week van de lockdown hebben we 300 mensen gebeld; 'hoe gaat het met u?'

27 juli 2020

 


Komende weken delen we verhalen over diverse werksoorten vanuit onze onderliggende organisaties. Hoe en waarmee bieden we aan kwetsbare mensen ondersteuning.
Medewerkers en hun clienten vertellen over hun werkzaamheden en ervaringen.

Collega Els Beekhuis vertelt in dit verhaal wat ouderenwerk doet voor Den Haag.  

Wie: Els Beekhuis (59)
Wat: Sociaal werker, specialiteit ouderen en kwetsbare groepen
Waar: Mooi welzijn
Locatie: Moerwijk

Wat houdt je werk als sociaal werker precies in?
‘Ik zet me vooral in voor de doelgroep van ouderen. Dat kunnen al mensen zijn van 55+, of als het migrantenouderen zijn soms zelfs nog wel jonger. Ik bied ze allereerst een luisterend oor om te achterhalen waar ze behoefte aan hebben en daarna kijk ik wat ik mensen zelf kan bieden, waar ik collega’s voor nodig heb, of wie ik moet doorverwijzen.’

Wat voor type hulp kun je zelf bieden?
‘Het is vooral het gesprek, het luisterend oor, er zijn voor mensen. En waar mogelijk ze helpen met praktische zaken. Ik probeer veel wandelend te doen. Als wandelcoach merk ik dat mensen veel opener worden als je met ze op pad bent, dan wanneer je op kantoor zit. Ons kantoor is chaotisch gezellig ingericht. Maar je zit dan wel tegenover elkaar en je kijkt elkaar aan, in gesprek gaan vinden mensen dan soms lastig. Als we gaan wandelen in het groen gebeurt er meer. Mensen zijn in beweging, waardoor het lichaam een stofje aanmaakt waardoor je je al beter voelt, en je loopt naast elkaar en dat maakt een probleem bespreken makkelijker.’

Andere organisaties die contact met hen opnamen, belden voor praktische zaken maar niet om te vragen hoe het met ze ging.

Over wat voor problemen gaat het dan?
‘Bijvoorbeeld over financiën, scheidingen, gezondheidsproblemen, depressiviteit, of het verlies van dierbaren. Ik stel vooral veel vragen, iemand moet dan nadenken over het antwoord. Zo komen mensen zelf vaak tot oplossingen. Wandelend met elkaar in gesprek zijn helpt dan echt. Vaak doe ik dat 1-op-1, maar we organiseren ook groepswandelingen.’

Maak je ook gebruik van de omgeving bij zo’n wandeling?
‘Ja. Ik was bijvoorbeeld met een mevrouw in het park die ik vroeg: ‘welke plek in dit bos staat symbool voor hoe je je nu voelt?’ Ze koos een chaotisch stuk uit met een prikkelige bramenstruik waar ook nog brandnetels omheen stonden. ‘Ik zie door de bomen het bos niet meer’, was eigenlijk haar conclusie. Gezamenlijk proberen we daarna uit te vinden welke stappen ze kan zetten om weer vooruit te komen.’

Levert het wandelen meer op dan alleen opener gesprekken?
‘Ik denk dat we door het wandelen minder contact nódig hebben dan wanneer we alleen op kantoor zouden werken. Overigens varieert het heel erg hoe vaak je iemand spreekt. Soms is één gesprek voldoende, maar er zijn soms ook mensen met wie we  jarenlang  contact hebben, dat kan ook. En alles er tussen in. Soms moet je veel tijd investeren om voldoende vertrouwen op te bouwen, dan ben je wel tien maanden bezig om überhaupt door iemand binnen te worden gelaten.’

Wat is de meest voorkomende problematiek?
‘Eenzaamheid en financiële zaken. Mensen hebben vaak een laag inkomen waardoor ze weinig kunnen doen. We proberen ze dan te helpen om bijvoorbeeld goedkopere verzekeraars of energieleveranciers en dergelijke te vinden, want negen op de tien keer maken ze al gebruik van alle ondersteuningsopties waar ze recht op hebben.’

Wat mij energie geeft, is dat je ook daadwerkelijk het verschil kan maken voor mensen

Wat gebeurt er als mensen zoals jij er niet zouden zijn, als het werk wat jij doet niet meer wordt gedaan?
‘Dan worden mensen veel minder gezien. In de eerste week van de coronalockdown hebben we bijna 300 mensen die bij ons in het bestand staan gebeld: hoe gaat het, wie zorgt er voor u, wie doet de boodschappen, vindt u het fijn regelmatig door ons gebeld te worden? Ik denk dat we daarmee zo’n 30 mensen aan maaltijden hebben kunnen helpen. 70 mensen zijn in een telefooncirkel gezet en worden nu wekelijks gebeld. In de eerste weken belden we ze wel twee-drie keer per week, sommigen zelfs nog vaker. We hebben ook allerlei spullen zoals boeken en schilderspullen rondgebracht. We kregen van hen terug dat ze het zo fijn vonden dat wij aan hen vroegen hoe het met ze gíng. Andere organisaties die contact met hen opnamen belden voor praktische zaken, maar niet om te vragen hoe het me ze ging.’

Helpt je werk ook preventief voor de gezondheid van mensen?
‘Als wij op tijd kunnen instappen kan dure zorg worden voorkomen. Bijvoorbeeld door dat wandelen; in sommige gevallen kan dat net het verschil maken en doorverwijzing naar een psychiater overbodig maken.  Of het gebruik van pillen. Dat scheelt begeleiding door zorgorganisaties.’

Werken jullie ook samen met huisartsen?
‘Ik werk al jaren samen met een huisartsenpraktijk hier, waarbij we één keer per maand een overleg hebben over cliënten met ‘multi-problematiek’, kwetsbare ouderen. Eens per twee maanden is er een multidisciplinair overleg over specifieke onderwerpen: wmo, mentorschap, euthanasie, regels bij verzorgingshuizen, het kan over van alles gaan. We bespreken dan casussen waar iedereen vanuit zijn professie over mee kan denken. Zo was er een mevrouw die altijd erg actief was, maar ineens ziek werd, darmproblemen kreeg en zo in een dip zat dat ze door de dokter niet meer te bewegen was om haar medicijnen te nemen om haar darmen te stabiliseren.’

Wat bespreek je dan?
‘De verpleegkundige suggereert dan dat er een wijkverpleegkundige kan komen die één keer per dag die medicijnen aan komt reiken. Dat kan helpen. Ik geef dan bijvoorbeeld aan: die mevrouw wil graag naar een plek die ze leuk vindt, maar dat lukt niet vanwege de darmklachten. Wat nu als ik een vrijwilliger regel die daar met haar naar toe wil. Dan heeft ze een leuk vooruitzicht en is ze wellicht wel te bewegen om haar medicijnen zelf te nemen. Dat leggen we allemaal voor aan de huisarts -en die weer aan de patiënt- en dan wordt door hen een keuze gemaakt. Wij, als sociaal werkers, kijken dus anders naar zaken. Dat kan dus zeker preventief werken én zorgkosten besparen.’

Verwijzen huisartsen ook cliënten door naar je?
‘Met ‘Welzijn op recept’  gebeurt dat inderdaad geregeld. Een huisarts kan relatief makkelijk een kwetsbare patiënt herkennen en die kan dan vragen of ik langs mag komen. Dat werkt goed.’

Ik zoek dan de grenzen van het sociaal werk op maar heb haar zo kunnen helpen

Is een doorverwijzing door een huisarts het meest voorkomende kanaal?
‘Nee, het is van alles. Mensen die hier regelmatig komen die een buurvrouw of een vriend meenemen. Mensen die ik zelf gewoon op straat tegenkom en aanspreek. Via de huisarts. Het kan allemaal.’

Heeft de coronacrisis veel impact gehad?
Absoluut. Er is een groep mensen die heel laconiek is en denkt dat het maar een griepje is. Ook zijn er mensen die niet zo door hebben wat anderhalve meter is, terwijl ze denken zich wel aan de regels te houden. En dan zijn er nog de mensen die de straat na drie maanden nog steeds niet op durfden. Zoals een stel waarvan de man Alzheimer heeft, die heel angstig is en telkens het raam van hun woning op vier hoog dicht doet, omdat hij bang is dat het virus daardoor naar binnen komt. Dat is voor zijn vrouw heel benauwend. Maar zij denkt dan weer dat de Alzheimer van haar man wel meevalt waardoor ze zorg mijdt. Ik probeer hen dan beiden te helpen.’

Welke impact verwacht je van het verdere verloop van de coronacrisis?
‘Er kan minder, dus bijvoorbeeld ook Haags Ontmoeten, de ontmoetingsplek hier, is lang dicht geweest. Nu het weer open mag, mogen er maar negen mensen zijn. Open inloop is dus niet mogelijk, je moet mensen nu uitnodigen. Dat is ook weer lastig, want mensen willen soms vrienden en vriendinnen meenemen en dat kan niet altijd. Bepaalde activiteiten kunnen ook niet meer. Zingen durven we niet meer aan. Het blijft behelpen en het blijft ook lastig uit te leggen aan mensen.’

Wat is het meest bijzondere wat je hebt meegemaakt in je werk?
‘Wat mij energie geeft is dat je ook daadwerkelijk het verschil kunt maken voor mensen. Er was een keer een mevrouw die helemaal overstuur bij ons kwam. We probeerden haar te kalmeren. Haar partner bleek overleden. Ik bracht haar later naar huis, maar ik mocht niet mee naar binnen. We hielden contact en er bleek meer aan de hand. Alle spullen van haar overleden ouders stonden in haar huis, evenals de meubels van haar overleden partner, die op een andere verdieping had gewoond. Het hele huis stond propvol meubilair en knuffelbeesten.’

Ze durfde geen afstand te doen?
‘Nee en ze raakte overal overstuur van en durfde geen centrale verwarming te laten installeren door Staedion, waarop die corporatie uiteindelijk zelfs met een rechtszaak dreigde. Ik heb haar toen in elke stap begeleid: ik sprak met Staedion, met de aannemer, we begeleidden haar op de dag dat de verwarming werd aangelegd, en ik hielp ook met het verminderen van meubels en met de enorme hoeveelheid knuffels. Ik heb ervoor gezorgd dat er 15 wassen gedraaid werden om die schoon te maken, waarna we ze in samenspraak met die mevrouw doneerden. Ook regelde ik huishoudelijke hulp voor haar. Ik zoek dan de grenzen op van het sociaal werk, maar ik heb haar zo kunnen helpen. We zijn nu twee jaar verder, ik zie haar nog regelmatig, en het gaat gewoon beter met haar dan toen. En ze kan nog gewoon thuis wonen, terwijl het advies eerder was dat een opname wenselijk was. Dat hebben we voorkomen.

Download hier het verhaal in pdf 

Het JIT gaat meer statushouders begeleiden

16 juli 2020

De volgende jaren gaat Xtra Plus de begeleiding van statushouders en de ondersteuning bij hun integratie uitbreiden op vier nieuwe locaties.  De inwoners van deze groepslocaties werden tot nu ondersteund door Stichting Migrascoop.  Deze stichting is ontstaan uit een burgerinitiatief van betrokken Haagse inwoners. De activiteiten worden nu overgedragen naar het Jeugd Interventie Team, JIT, van Xtra Plus.

Hoewel de medewerkers van Migrascoop nauw betrokken blijven, zal de begeleiding gebeuren onder de vlag van het JIT.  De samenwerking is ontstaan op initiatief van de gemeente Den Haag.  De voorbije jaren hebben Migrascoop en het JIT allebei begeleiding geboden aan statushouders met subsidie vanuit de gemeente.  Met deze samenwerking wordt de opgebouwde kennis en expertise samengevoegd en kunnen alle statushouders gebruik maken van een éénduidige aanpak.  De gemeente ondersteunt de samenwerking inhoudelijk en financieel. 

Stichting Migrascoop zette zich op vier groepslocaties in Den Haag, namelijk de Koolwitjelaan, de Jupiterkade, de Pompstationsweg en de Scheveningseweg, in voor de participatie en integratie van statushouders.  Deze intensieve begeleiding heeft aantoonbaar bijgedragen aan hun integratie in de Haagse samenleving.  Ook zorgde de sociaal beheer aanpak voor een prettige woonomgeving voor de bewoners en de buurt.
Het JIT begeleidt op haar beurt sinds januari 2018 statushouders bij het project Co Living in Den Haag. Bij dit project, in het voormalige ministeriegebouw van sociale zaken, wonen een tachtigtal jongvolwassen statushouders samen met evenveel studenten. De interactie die hier ontstaat, draagt bij aan wederzijds begrip en integratie.

Het Jeugd Interventie Team werd in 2015 onderdeel van Xtra Plus om intensieve ondersteuning en begeleiding te bieden aan jongeren die de weg dreigen kwijt te raken in onze maatschappij.  Tieners en jongvolwassenen worden er door praktische hulp en coaching weer op weg gezet richting zelfstandigheid.
Xtra Plus heeft als basisfilosofie dat elke jongere meetelt en dat elke jongere mee moet kúnnen doen in onze complexe samenleving.  Vanuit die visie ondersteunt Xtra Plus jongeren en jongvolwassenen op verschillende niveaus en manieren.  
Zowel het JIT als Migrascoop kijken ernaar uit om met gebundelde kennis, expertise en middelen verder te gaan bij de begeleiding van Haagse statushouders.  Beide organisaties staan voor een activerende aanpak waarbij zelfredzaamheid en maatwerk kernbegrippen zijn.  
Vanuit die filosofie willen beide partijen blijven bijdragen aan de integratie en participatie van statushouders in Den Haag, in goede samenwerking met alle betrokken partners.

 

Hieronder een verhaal van een statushouder.

Haagse Mahmoud doet iets terug voor Den Haag

‘Toen ik als vluchteling naar Nederland kwam, werd ik heel goed opgevangen en kreeg ik kansen om een toekomst op te bouwen. Nu vind ik dat het mijn beurt is om iets terug te doen’.  
Het zijn de woorden van Mahmoud El Naser, een jonge jongen die op 24-jarige leeftijd vanuit Syrië naar Nederland vluchtte, met de hoop voor een kans op een beter leven.

Twee en een half jaar woont hij nu in Nederland. Na aankomst woont Mahmoud de eerst drie maanden in een asielzoekerscentrum. Daarna krijgt hij van de gemeente Den Haag de mogelijkheid om te wonen op een Co-living plek: een locatie waar statushouders (vluchtelingen met een tijdelijke verblijfsvergunning) en jonge Hagenaars bij elkaar wonen. Op de woonplek van Mahmoud wonen 4 statushouders samen met 4 Haagse studenten. Iedereen heeft een eigen slaapkamer. De keuken, douche- en wasruimtes worden met elkaar gedeeld. Door statushouders en Haagse studenten te mixen, is het idee dat nieuwkomers, zoals Mahmoud, sneller hun plek vinden in de Haagse samenleving. Mahmoud krijgt op zijn woonplek ook ondersteuning en begeleiding door medewerkers van het Jeugd Interventie Team (JIT), onderdeel van Xtra.

Mahmoud is heel blij dat hij mede door de hulp, ondersteuning en begeleiding zijn eigen leven kan leiden in Den Haag. Tijd om iets terug te doen, vindt hij. Mahmoud gaat actief op zoek naar vrijwilligerswerk. Via via komt hij terecht bij een daklozenopvang in Den Haag. Hij is verbaasd dat er in een rijk land als Nederland zoveel mensen geen thuis hebben. Mahmoud gaat op eigen initiatief aan de slag om maaltijden voor te bereiden om Haagse daklozen te helpen. Dit doet hij met veel plezier. Ook zijn medebewoners van zijn Co-living plek helpen mee met het bereiden en rondbrengen van de maaltijden.

De warmte die hij van mensen ontvangt en de voldoening die hem dit geeft, maakt het voor Mahmoud dat hij besluit zijn initiatief voort te zetten. Voor zolang hij dit financieel redt. Hij koopt alle benodigdheden voor de maaltijden namelijk van zijn eigen spaargeld! Mahmoud ziet dit als zijn taak om iets terug te doen voor de samenleving. Zijn medebewoners zien het enthousiasme van Mahmoud en blijven helpen met de maaltijden.

Mahmoud tijdens het voorbereiden van de maaltijden

 

Missie Vadercentrum: 100.000 mondkapjes maken voor de stad

23 juni 2020

    
Als je het Vadercentrum (ondersteund door Xtra) in de Haagse wijk Laakkwartier binnenkomt, hoor je meteen het geratel van de naaimachines. Dag in dag uit komen vrijwilligers hier kleurrijke mondkapjes maken die gratis worden weggegeven. Het moeten er 100.000 in totaal worden dus de harde werkers zijn nog wel even bezig. “Vele handen maken licht werk.”

“Dankjewel Bilal! Ik denk dat ze er heel blij mee zullen zijn”, zegt vrijwilliger Louise tegen de coördinator van het Vadercentrum. De stapel mondkapjes die ze in haar hand heeft, neemt ze mee naar Parnassia waar de cliënten mondkapjes moeten hebben. “Voor de afdeling verslaving heb ik extra kleurrijke mondkapjes uitgezocht.” Veel welzijnsorganisaties en Voedselbanken hebben zich al gemeld en willen duizenden mondkapjes afnemen.

In het Vadercentrum wordt daarom keihard doorgewerkt. De plastic opbergdozen raken steeds voller. De vrijwilligers maken 300 mondkapjes per dag. Zeven dagen per week. De een knipt het katoen op de juiste maat, de ander strijkt vouwen in het lapje, de derde lockt de zijkanten, de vierde maakt het mondkapje aan de zijkanten dicht, een vijfde zorgt voor de elastieken en de zesde knipt alle losse draadjes af. Een doorlopend proces onder begeleiding van de kleermakers.

Grootste lol
Het team is inmiddels goed op elkaar ingespeeld en heeft de grootste lol met elkaar. “Wat moet ik de hele dag thuis?! Het is hier veel gezelliger. Ik ben een doener en nu kom ik ’s avonds voldaan thuis”, zegt de 71-jarige Eef die losse draadjes van de mondkapje knipt. Die taak doet hij samen met de 47-jarige Dennis. Hij heeft een bipolaire stoornis en is afgekeurd. Vrijwilligerswerk geeft hem structuur. “Ik voel me gewaardeerd en krijg een glimlach van mensen. Dat is me 100.000 keer meer waard dan een salaris.”  

Zaida is ook een van de harde werkers die achter de naaimachine zit. Door de coronamaatregelen kan ze haar eigen werk niet uitvoeren en is alleen. “De muren kwamen op me af en nu kan ik me in de coronacrisis toch nog een beetje nuttig maken. Ik kom zeven dag in de week maar werk op mijn eigen tempo.” Ze zit naast de 29-jarige Iris, zelfstandig vormgever. “Ik zit door de crisis tijdelijk zonder werk.Ik woon hiernaast en ben hier binnen gelopen om te helpen. We maken er samen een feestje van.” 

Van en voor vrijwilligers
Het Vadercentrum bestaat al twintig jaar en is een buurtcentrum van en voor vrijwilligers. Het centrum heeft vier projecten: het buurtvadersproject, de Weggeefwinkel, het Klusteam en het Repaircafé. In ‘gewone tijden’ komen wekelijks zo’n 800 mensen langs. De een om te eten, de ander voor de weggeefwinkel of voor het bijwonen van lezingen of dialoogbijeenkomsten of het volgen van cursussen zoals een naaicursus. Ruim 800 mannen behaalden een certificaat. 

Door de coronatijd was het Vadercentrum niet meer toegankelijk. Bilal en zijn kompanen hebben meteen belcirkels opgezet met tien personen per groep. Zij zijn elke dag mensen in de wijk gaan bellen om te vragen naar hun gezondheid en gesteldheid. Dat hebben ze wekenlang gedaan. Ook hebben vrijwilligers kaartjes geschreven naar bejaarden in ouderencentra, zijn boeken uit de weggeefwinkel op tafels voor de deur gelegd zodat mensen die gratis konden meenemen of ruilen, is een muziek gespeeld voor mensen in de wijk, tour d’amour. “We hebben niet stil gezeten”, zegt Bilal met enige trots.

Meer dan een buurthuis
Het Vadercentrum is eigenlijk meer dan een buurthuis. “Ons centrum heeft een ziel die voelt wat er aan de hand is in de wijk. En die ingrijpt als het nodig is. Dat kan zijn aIs er ergens overlast met jongeren is, kunnen we onze buurtvaders erop afsturen. Maar ook als we signaleren dat het met iemand niet goed gaat, trekken we ‘m naar binnen als vrijwilliger. Tijdens de coronaperiode merkte ik dat een van de vrijwilligers door de eenzaamheid heel somber was en suïcidale gedachten had. Ik heb hem elke dag gebeld, heb hem geprobeerd in zijn kracht te zetten en heb hem taken gegeven in het Vadercentrum. Daardoor voelde hij zich weer gezien.”

Dagbesteding
Het Vadercentrum pakt alles aan met en door bewoners. Of het nu gaat om huisvuil- of geluidsoverlast, hangjongeren, eenzaamheid of huiselijk geweld. En nu met het omvangrijke mondkapjesproject laat Bilal weer zien: alles kan. “De mondkapjes zijn geen doel maar een middel om mensen een dagbesteding te bieden. Hoogste doel is gezelligheid, niet in je eentje thuis hoeven zijn, het gevoel nuttig te zijn en een bijdrage kunnen leveren. De komende anderhalf jaar zijn we daar nog wel mee bezig.” 

Wil je een bijdrage leveren? Het Vadercentrum heeft textiel (katoen) nodig. Lever dekbedovertrekken of lakens in op het Jonckbloetplein 24 in Den Haag.

Tekst: Merijn van Grieken
Fotografie: Vadercentrum

‘Haags Ontmoeten geeft structuur aan mijn leven’

18 juni 2020

Haags Ontmoeten is een plek in de wijk waar alle zelfstandig wonende Haagse ouderen en hun mantelzorgers vrij kunnen binnenlopen. Het is een plek om te ontmoeten, ervaringen te delen en te ontspannen. Ouderen hopen dat alle locaties weer opengaan. “Ik heb het zo gemist.” Xtra zet zich vol overgave in voor dit waardevolle initiatief.

Scrabbelen, sjoelen, bingo, geheugentraining, schilderen en samen bewegen en soep koken. De 85-jarige Co van der Zanden kan niet wachten tot ze weer naar de activiteiten van Haags Ontmoeten kan gaan. “Ik heb de gezelligheid en de mensen zo gemist de afgelopen weken”, zegt ze aan de telefoon. Ze gaat drie keer per week naar Haags Ontmoeten in wijkcentrum De Wiekslag in de Haagse wijk Kraaijenstein. Het is als een tweede thuis geworden.

Hart op de juiste plaats
“Als je alleen woont, geen kinderen hebt en je wat ouder bent, vind je het al snel goed. Je laat iets sneller de boel de boel. Die drie bezoekjes in de week geven structuur aan mijn leven en geven mij houvast. Ze zorgen er ook voor dat ik me elke week weer op iets kan verheugen. Door de coronamaatregelen was dat in een keer weg”, zegt Co van der Zanden.

Ze heeft er alle begrip voor dat de ochtenden moesten stoppen, maar jammer vindt ze het wel. “Ik ben deze nare periode goed door gekomen. De eenzaamheid steekt soms heel erg de kop op. Je voelt je dan even heel beroerd, maar dankzij telefoontjes of een bloemetje van een van de vrijwilligers kan ik weer even vooruit. Zij hebben het hart op de juiste plaats.”

Groep splitsen
Nu de coronamaatregelen zijn versoepeld gaan de locaties van Haags Ontmoeten voor een groot deel weer open. De 35 locaties hebben elk een eigen gezicht en hebben verschillende standplaatsen: van kringloopwinkels tot verzorgingshuizen en wijkcentra. “De locaties in een zorglocatie, kunnen nog niet allemaal open omdat er nog corona heerst. En op de locaties waar ook geïndiceerde dagbesteding plaatsvindt, moeten we afstemmen hoeveel mensen van buitenaf in het pand mogen”, legt Ellen Pals uit. Ze is projectleider van Haags Ontmoeten.

De meeste locaties gaan met kleine groepjes en op afspraak open. Hierdoor is het open karakter, gewoon kunnen binnenlopen, tijdelijk niet mogelijk. “We moeten weten wie er komen om aantallen te kunnen registreren. Dus ik heb mijn groep moeten splitsen. Ik moet goed nadenken over de anderhalve meter afstand; niet alle activiteiten zijn geschikt”, zegt activiteitenbegeleider Hilde Huitink van de Wiekslag. “Maar de mensen zijn allang blij dat ze weer mogen komen. Ze hebben er heel veel zin in om elkaar weer te zien.”

Eenzaamheid
Tijdens de coronaperiode heeft de begeleider zich geen moment zorgen hoeven maken over ‘haar’ ouderen. “Hoewel het zicht op de deelnemers wegviel, hadden we snel de situatie van elke deelnemer in kaart gebracht. Is er familie? Is er een mantelzorger? Zo ja wie? Het enige waar ik een beetje mee zat was de eenzaamheid. Mensen komen juist vanwege het menselijk contact bij ons. Vandaar dat elke vrijwilliger een aantal ouderen onder zijn vleugels kreeg.”

De vrijwilligers onderhielden elke week op een vast moment contact met een vaste groep om vinger aan de pols te houden. “Gaat het goed? Redden ze zich? Waar is behoefte aan? Is er behoefte aan de boodschappendienst, een belcirkel met leeftijdsgenoten of aan een maaltijd van de Participatie Keuken? Behalve dat contact, belde ik zelf ook nog eens iedereen elke week voor een praatje”, zegt Hilde Huitink.

Veerkracht
Het mooie van deze tijd vindt ze de veerkracht van mensen. “Ze handhaven zich en houden zich goed. Ze zijn dingen blijven doen en waren daar heel creatief in. Er zijn drie dames in de buitenlucht gaan breien met elkaar. Er zijn initiatieven buiten ons om ontstaan. Heel leuk. De mensen zijn nog zo zelfstandig. Ze hebben voldoende te doen en zaten niet met ziel onder de arm.”

Toch telt Co van der Zanden de dagen op de kalender af. “Donderdag 11 juni gaat het weer beginnen, maar ik pas wel op… Ik wil die anderhalve meter afstand in acht nemen. Ik voel me fit en kwiek, maar het afstand houden wordt niet voor niets geadviseerd. Ik ben voorzichtig. Ik blijf liever vier dagen te lang binnen dan dat ik er een dag te vroeg op uit ga.”

Meer informatie staat op www.haagsontmoeten.nl

tekst: Merijn van Grieken
​foto: stock

 

Kinderwerk gaat verder dan werken met kinderen

16 juni 2020


‘Ik heb veel van Shailesh geleerd en leer nog steeds van hem.’ Meryem (17) is aan het woord. Zij vertelt over Shailesh Ramnath, kinderwerker van Voor Welzijn (onderdeel Xtra) in Den Haag en genomineerde voor de Verkiezing Sociaal Werker 2018. Hij vertelt over zijn werk in de wijk. En we spreken met Meryem, Nada (11) en Safae (11) over hoe Shailesh voor de kinderen en de buurt verschil maakt.

Heb je er altijd van gedroomd kinderwerker te worden? 
Shailesh: ‘Eerlijk gezegd niet. Ik ging de opleiding cultureel maatschappelijke vorming doen omdat ik graag wilde werken bij muziekevenementen. Alleen kreeg ik een stageplek in de Schilderswijk. Daar zag ik hoeveel verschil je als sociaal werker maakt voor kinderen en jongeren. Mijn volgende stage als kinderwerker was hier in de Bokkefort in Loosduinen. Ik ben nooit meer weggegaan en werk hier nu alweer dertien jaar. Ik ken de wijk, de kinderen en veel jongeren goed.’

Waren er hier problemen in de wijk?
‘Er was hier, en rond het aangrenzende park, overlast van jongeren. Om dat op te lossen ben ik ouders gaan betrekken. Ook degenen die niet open stonden voor hulpverlening. Omdat ik er niet alleen ben als het slecht gaat, maar ook als het goed gaat, bleken ouders toch sneller geneigd te praten over lastig gedrag van hun kinderen. Anders dan andere hulpverleners kom ik niet met opgelegde of gedwongen hulp. Door de vertrouwensrelatie met ouders en kinderen kon en kan ik open gesprekken voeren. Mijn zorgen uitspreken en samen zoeken naar oplossingen. Het helpt dat ik heel erg betrokken ben bij de leefwereld van de kinderen.’

Dat laatste beaamt Meryem: ‘Ik ben nu zeventien jaar en kom al vanaf mijn vierde in de Bokkefort. Nu als stagiaire. Mijn broers en zussen kwamen hier ook. Als ik vanuit school hier kwam dan ontving Shailesh mij met open armen.’ Lachend ‘Terwijl ik echt wel een vervelend kind was toen.’ 

Safae: Shailesh heeft met ieder kind een eigen band en weet goed hoe hij met ze om kan gaan 

 

Je benadrukt dat je kinderwerker bent en niet jeugdwerker. Waarom?
Shailesh: ‘Dat is omdat bij jeugdwerk vaak gedacht wordt dat je moet starten met jongeren vanaf twaalf jaar. Terwijl het mijn overtuiging is dat het vroeger moet. Je moet kinderen al jonger binden aan de buurt. En een veilige en vertrouwde plek bieden. Je ziet het aan de kinderen die hier tien tot twaalf jaar geleden kwamen. Vaak hebben zij al baantjes, gaan ze naar school, willen ze iets doen voor de buurt. Meryem is daarvan een voorbeeld.’

Meryem: ‘Shailesh hielp mij altijd op weg als ik problemen had. Ook toen ik wat ouder was. Hij leerde me om met dingen om te gaan. Later vroeg hij dan altijd nog een keer of het geholpen had. Hij was er echt voor mij. Ik heb veel van hem geleerd en ik leer nog steeds van hem. Vroeger hielp hij me bij mijn huiswerk en nu is hij mijn stagebegeleider. Zodat ik straks kan studeren voor pedagogisch medewerker. Hij leert me omgaan met verschillende kinderen, culturen, geloven. Daar kan ik ook mee verder buiten de Bokkefort. Dankzij de hulp van Shailesh kom ik vooruit.’ 

 

Meryem: Shailesh heeft mij gemotiveerd om mijn leven anders op te pakken. 

 

Shailesh: ‘Mooi om die persoonlijke ontwikkeling te zien. Daarnaast begint hier ook leren participeren al vroeg. De kinderen zien wat een plezier het geeft om wat te doen in de buurt en van betekenis te zijn voor buurtbewoners.’
 
Safae: ‘Ik kom hier vaak na school om met andere kinderen te spelen en nieuwe kinderen te ontmoeten. We doen soms Just Dance of we praten met elkaar.’ 
Nada vult aan: ‘We doen spelletjes, mogen op de computer of knutselen. Of we maken huiswerk. Je kunt hier ook aan je spreekbeurt of boekbespreking werken. Shailesh helpt ons dan.’

Nada en Safae: Je bent bij Shailesh altijd welkom.
Ook als je al ouder bent dan twaalf of als je te vroeg komt.
 

Safae: ‘Maar wij zitten ook in de kinderraad. Daar praten we over wat leuker kan worden hier in de Bokkefort. Of in de buurt. Dan nodigen we bijvoorbeeld de gemeente uit of de wijkagent. Zij kijken dan samen met ons wat we anders willen. Bijvoorbeeld welk speeltoestel we willen in de speeltuin.’

Nada: ‘Maar we doen ook leuke dingen voor ouderen met een verstandelijk beperking. In december hebben we cadeautjes gebracht en oliebollen. Zij hebben soms geen familie die komt. Dan zijn wij er.’
Safae: ‘Het is gezellig en fijn iets liefs te doen. We hebben pas een prijs gewonnen van € 500. We bedenken dan weer iets leuks voor de buurt. Bijvoorbeeld een buitenspeeldag met springkussens.’ 

Shailesh: ‘Met bezoek aan ouderen of mensen met een verstandelijke beperking zien de kinderen dat er mensen zijn die anders zijn en anders leven. Die kwetsbaar zijn, en dat je daar rekening mee moet houden. Maar het verandert ook de beeldvorming van ouderen over de kinderen.’

Waarom is het kinderwerk zo belangrijk voor de buurt?
Shailesh: ‘Mijn visie is dat je kinderen al zo jong mogelijk een plek moet geven waar ze zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen. Waar ze andere kinderen ontmoeten, samen buiten kunnen spelen, iemand hebben met wie ze kunnen praten. Mijn werk heeft daarnaast een flinke spin-off in de buurt: er is minder overlast, meer rust, het park en de speeltuin zijn een fijne (buiten)speelplek, kinderen participeren. Die visie maak ik ook zichtbaar in de buurt, bij samenwerkingspartners, bij het Stadsdeel Loosduinen. Kinderwerk gaat verder dan werken met kinderen!’

Shailesh: Ik ben trots op wat ik hier bereikt heb. Er is veel verbeterd in de buurt. 

 

Bron tekst en beeld: www.sociaalwerk-werkt.nl

Centraal noodnummer bereikt duizenden kwetsbare Hagenaars

05 juni 2020

Na de sluiting van de Servicepunten door de coronamaatregelen wordt in korte tijd een centrale hulplijn voor kwetsbare Hagenaars opgezet. Het noodnummer 070- 205 30 03 wordt overstelpt met vragen. “Het is flink aanpoten”, zegt maatschappelijk werker Pam Rombout over het tijdelijke noodnummer. “Het is een prachtig initiatief voor burgers in crisistijd”, zegt coördinator Gaitrie Sahtoe van Voor welzijn (onderdeel van Xtra).

Huilend krijgt maatschappelijk werker Pam Rombout de eerste weken in coronatijd een 60-jarige man aan de telefoon. Iedereen wordt aangeraden zoveel mogelijk binnen te blijven. Hij kan geen meer kant op. Zijn koffieochtend in het wijkcentrum of cafeetje zit er niet meer in. Zijn zus bij wie hij inwoont, mishandelt hem psychisch en verplicht hem onder meer op de keukenvloer te slapen. Door het wegvallen van de dagelijkse uitjes, kan hij er niet meer tegen. Radeloos belt hij de hulplijn.

“Dit verhaal maakte flinke indruk. Ik sliep er slecht van omdat ineens duidelijk werd wat de impact van de coronamaatregelen op een mensenleven kan zijn. Deze man zat door de lockdown plots gevangen met zijn tirannieke zus. Door een van onze medewerkers van het Servicepunt in zijn stadsdeel is hij verder geholpen”, vertelt Rombout over haar eerste periode bij de centrale hulplijn 070 205 3003. Ze werkt ook bij het Servicepunt XL De Regenvalk en ’t Lindenkwadrant.

Vragen, advies en informatie
Het is een van de vele verhalen die ze via het noodnummer te horen krijgt. Er volgen nog enkele honderden andere gesprekken met kwetsbare Hagenaars. Na de lockdown in maart bellen zij voor vragen, advies en informatie naar de in recordtempo opgezette hulplijn, voortkomend uit een krachtenbundeling van de werkmaatschappijen van Xtra. De professionele centrale, opererend vanuit wijkcentrum Escampade, vervangt de gesloten Servicepunten XL.

Roodgloeiend
Die eerste weken staat de telefoon roodgloeiend. Per week komen er gemiddeld 500 tot 600 calls binnen. Dagelijks werken vier medewerkers van 9.00-15.00 uur en twee medewerkers van 15.00- 21.00 uur en in het weekend en feestdagen bij de hulplijn. “Nog steeds is het hard werken. Onze mensen zitten onophoudelijk aan de telefoon om bewoners te ondersteunen. Als blijkt dat mensen meer nodig hebben dan advies en informatie, neemt een maatschappelijk werker contact met ze op”, zegt Gaitrie Sahtoe, een van de coördinatoren van de hulplijn.

Doorverwijzen naar partners
Medewerkers proberen zo snel mogelijk achter de hulpvraag te komen. Is er sprake van armoede en geeft een bewoner aan gebruik te willen maken van de maaltijden van de Participatie Keuken dan wordt bekeken of hij daarvoor aangemeld kan worden. Blijkt uit een gesprek dat een bewoner niet kan rondkomen, dan kan er een Voedselbankaanvraag worden gedaan. Bij eenzaamheid kan een cliënt o.a. worden aangemeld voor een belcirkel waarbij ouderen telefonisch contact met elkaar onderhouden. 

Financiën, wonen en psychosociale hulp
Volgens Sahtoe en Rombout hebben de meeste mensen die bellen grote zorgen over financiën, wonen en psychosociale hulp. “Sommige mensen zagen in een klap hun inkomen wegvallen doordat nul-urencontracten niet werden verlengd. Hoe moet ik mijn huur betalen? Hoe kan ik een uitkering aanvragen? In de praktijk blijkt dat er nog steeds veel mensen zijn die net tussen de voorzieningen in vallen, waardoor de (financiële) ondersteuning gering is”, zegt Sahtoe.

Ook wonen is voor veel mensen een groot probleem. Dat was volgens Pam ook al zonder coronacrisis een ‘pijndossier’ vanwege de grote woningnood en de geringe doorstroming. “Een moeder die met vier kinderen in een kamer woont, een man die na een scheiding niet kan verhuizen door een wegvallend inkomen… Alles staat stil en brengt enorme spanningen met zich mee. We kunnen cliënten weinig perspectief bieden. De woningen zijn er gewoon niet”, vertelt Rombout. We luisteren en ondersteunen daar waar mogelijk.

Binnenlopen
Hoe zinvol de hulplijn ook, hopen de twee dat de Servicepunten XL weer snel opengaan. “De hulplijn is van grote waarde. We willen bereikbaar zijn voor de (kwetsbare) bewoners. Het bereikt daarnaast ook mensen die nooit eerder in contact zijn geweest met de mogelijkheden van ons welzijnswerk. Het is een prachtig initiatief voor burgers in crisistijd, maar het mooiste is als bewoners weer terecht bij hun oude vertrouwde Servicepunt XL, zoals ze gewend zijn”, aldus de coördinator.

Heeft u een (hulp)vraag? Bel met 070 205 3003. De hulplijn is van maandag t/m vrijdag bereikbaar van 9.00 tot 21.00 uur en zaterdag en zondag van 10.00 – 16.00 uur.

Tekst: Merijn van Grieken
Beeld: Stock 

 

‘Ik wil juist nu zekerheid blijven bieden en contact houden’

25 mei 2020


Astrid Bleumer is cliëntondersteuner van mensen met een verstandelijke beperking van MEE en van gezinnen en mensen die via het meldpunt Bezorgd Delft bij haar terecht komen. Ook in coronatijd gaat de Kortdurende Intensieve Aanpak (KIA) onverminderd door. Hoe doet ze dat? Hoe ziet haarwerk eruit? “Juist nu wil ik de cliënten zekerheid blijven bieden.” (MEE ZHN is onderdeel van Xtra)

Astrid Bleumer zou een boek kunnen schrijven over haar werk. Ze is de steun en toeverlaat van tientallen gezinnen in Delft. Een drukke baan die haar veel voldoening geeft. Bij MEE is ze cliëntondersteuner voor mensen met een beperking met allerlei hulpvragen bij Delft Voor Elkaar. Zo helpt ze een alleenstaande moeder met het zoeken naar werk of een meneer met een lichamelijke beperking met de aanvraag voor een ander huis.

Daarnaast ondersteunt Bleumer bij Kortdurende Intensieve Aanpak (KIA) mensen die psychisch of financieel in de knoop zitten. Na een melding van buren, familieleden, huisartsen, wijkagenten of woningbouwverenigingen bij Meldpunt Bezorgd Delft komen ze na een hulpvraag-screening bij KIA terecht. Het gaat vaak over dreigende uithuiszetting, verwaarlozing, financiële problemen.

Orde in de chaos
Bleumer schept orde in de chaos. Ook in coronatijd. De praktische zaken, zoals een plan van aanpak maken, contact leggen met budgetbeheerder en voor gezinnen in nood fondsen aanvragen kan met thuiswerken gewoon doorgaan. Maar juist de vele huisbezoeken, het grootste deel van haar werk, liggen nagenoeg stil.

Voordat ze aan de slag kan, moet ze vertrouwen van cliënten zien te winnen. Huisbezoeken zijn daarin essentieel. “Mensen met wie ik te maken krijg, zijn vaak zorgmijders. Ze hebben al een hele geschiedenis van hulpverlening achter de rug. Ze zien mij als de zoveelste. Ze hebben hulp nodig, maar geloven er niet meer in. Het vertrouwen is weg; achterdocht heerst”, zegt Bleumer.

 

“Niet alleen ontmoetingen, ook andere manieren van contact kunnen hoop bieden”, weet Astrid Bleumer. “Voornaamste in coronatijd is mensen laten weten dat ze er niet alleen voor staan.” 

 

In het echt zien
Juist die nodige huisbezoeken zijn tijdens de lockdown nauwelijks mogelijk. Die hebben plaatsgemaakt voor videobellen. “Natuurlijk kun je een via een videoverbinding een gesprek voeren, maar je mist de non-verbale communicatie. Je kunt mensen niet recht in de ogen aankijken en ziet niet hoe ze zich bewegen in hun eigen omgeving. Het is een gemis.”

Daarom probeert Bleumer cliënten soms nog wel in het echt te zien, op anderhalve meer en in de buitenlucht. Laatst is ze een stuk gaan lopen met een nieuwe cliënt, een jongen van 21 jaar. Hij had zichzelf aangemeld met financiële problemen. “Soms is er meer aan de hand dan alleen die ene hulpvraag. Je zoekt altijd naar de vraag daarachter. Hij bleek geen netwerk te hebben en liep ook vast met werk. Ontmoetingen leveren zoveel meer informatie op dan een videocall.”

Kaartjes rondbrengen
Toch kunnen ook andere manieren van contact de mensen hoop bieden, weet Bleumer. Voornaamste in deze tijd is mensen laten weten dat ze er niet alleen voor staan. “Ik wil een lijntje blijven houden. Ik app om de paar dagen, bel elke week en videobel vaker dan normaal. Ik stuur soms een kaartje of breng er een rond”, zegt Bleumer.

En haar hulp gaat soms verder. Voor een geïsoleerde mevrouw - ze heeft geen netwerk, krant of tv -  bewaart ze soms de krant en bij een verstandelijk beperkte meneer is ze langsgegaan voor een praatje aan de voordeur. “Ik moest hem toen vertellen over het coronavirus. Hij had geen idee.”

Creatief zijn
Bleumer houdt de contactmomenten voor zichzelf bij op een lijst. Ze vindt het heel belangrijk dat al haar hulp doorgaat en dat ze er voor mensen kan zijn. “We willen voorkomen dat er door corona vertragingen ontstaan. Zo moet een cliënte formulieren invullen en ondertekenen voor de aanvraag van haar uitkering. We hebben een werkplek gemaakt met een scherm, zoals het oude postkantoor. Soms moet je creatief zijn om alles door te laten gaan. Stilstaan is geen optie. Juist nu wil ik de cliënten zekerheid blijven bieden.”

MEE Zuid-Holland Noord
MEE Zuid-Holland Noord is dé expert voor mensen met een beperking en hun omgeving.
Meer informatie over MEE kunt u vinden op www.meezhn.nl.

 

Foto: Eigen foto Astrid Bleumer
Tekst: Merijn van Grieken

‘Coronatijd brengt ook mooie dingen voort'

19 mei 2020


Natuurlijk kan er heel veel niet in coronatijd. Maar Farida Souhali van Mooi welzijn (onderdeel Xtra) bekijkt het liever van de positieve kant. Het brengt ook mooie dingen voort. Zo werken organisaties goed samen, doen jongeren boodschappen voor ouderen en kwamen zorgmijders in beeld. ‘Zij moesten nu wel uit hun schulp kruipen.’

Buurtbewoners kloppen op het raam en gebaren medewerkers of ze alsjeblieft kunnen opendoen… Het geliefde Servicepunt XL in Moerwijk is sinds medio maart dicht vanwege het coronavirus. “Dat viel niet mee voor de bewoners. Ze vielen in een gat. We voorzien hier in een grote behoefte”, zegt Farida Souhali, senior Servicepunt XL medewerker Moerwijk.
Het Servicepunt is het kloppende hart van de wijk Moerwijk. Ze ondersteunt gemiddeld zo’n zestig mensen per week bij het uitleggen en invullen van overheids- en incassobrieven, aanvraagformulieren van de voedselbank, fondsen en urgentie voor een woning of bij crisisvragen rond echtscheidingen. Het zijn vaak laaggeletterden, mensen die de taal niet machtig zijn of het Nederlands wel spreken maar de brieven niet begrijpen. Ze zijn bang dat ze iets over het hoofd zien.

Krachten bundelen
Volgens Souhali brengt de coronaperiode ook mooie dingen voort. Zoals de samenwerking met verschillende organisaties. Zo’n 40-45 medewerkers van MEE, Mooi, Zebra en Voor welzijn bundelden de krachten om het gebruikelijke live contact om te zetten naar telefonische hulpverlening. Binnen twee weken werd een call center geopend met een algemeen noodnummer (070 – 205 3003). Hulpvragen worden doorgezet naar het gen wijkcentrum, zodat cliëntondersteuners de vraag kunnen oppakken.

Het is een schot in de roos met als onbedoeld bijkomend voordeel: in contact komen met een moeilijk bereikbare doelgroep. “De telefoon stond meteen roodgloeiend”, zegt Souhali. “We kregen die eerste weken veel vragen over corona. Er was veel angst over het virus en de maatregelen raakten kwetsbare groepen zoals zieke of (alleenstaande) ouderen. We kregen daardoor een nieuwe doelgroep aan de telefoon die we al jaren proberen te bereiken: de zorgmijders. Door de coronacrisis moesten zij nu wel uit hun schulp kruipen.”

Moeilijk bereikbare groep in beeld
De zorgmijders zijn vaak eenzame ouderen en bewoners voor wie de drempel om naar het Servicecentrum te gaan te hoog is. “De gebruikelijke weerstand tegen elke vorm van hulp, viel door de plotse coronamaatregelen weg. Mensen konden geen boodschappen meer doen, mochten geen bezoek meer ontvangen en vervielen in nog meer eenzaamheid. Ik ben heel blij dat we deze moeilijk bereikbare groep nu in beeld hebben. We nemen regelmatig contact met ze voor een praatje. Het is voor ons een ingang om geleidelijk aan binnen te komen, want vaak is er van alles gaande”, zegt Souhali.

Ook mooi in deze tijd, vindt ze, is de boodschappendienst die in de wijk is ontstaan. “Jongeren die meestal voor overlast zorgen in wijk zetten zich nu vrijwillig in en zijn enorm behulpzaam. Ze doen boodschappen voor ouderen en delen gratis maaltijden uit van de opgerichte Participatie Keuken. Kwetsbare doelgroepen krijgen gedurende de coronacrisis elke dag een gratis maaltijd. Dat is echt geweldig om te zien en heel waardevol.”

Ze kunnen het als het moet
Souhali vindt het net al zoveel hulpverleners, lastig dat ze bewoners alleen telefonisch kan helpen. Maar ook dat vertaalt ze liever positief. “Het is moeilijk om mensen telefonisch in hun kracht te zetten. Bij een face to face gesprek kun je je woorden met lichaamstaal onderstrepen en mensen overtuigen. Omdat mensen nu meer op zichzelf zijn aangewezen, moeten ze bijvoorbeeld wel zelf de gemeente bellen. Ze komen erachter dat ze het kunnen als het moet. Daar groeien mensen van.”

Volgens Souhali laat de coronacrises zien dat ‘we flexibeler en buigzamer zijn dan we denken’. “Corona laat ons zien dat er altijd wel een manier is om mensen te helpen of om mensen te bereiken. Ondanks corona zijn we er voor de buurtbewoners. Voor elkaar en met elkaar. We laten niemand vallen, ook al zijn er beperkingen. We hebben de kracht, inzet en samenwerking om mensen te helpen. Ik ben trots op team Moerwijk.”

Tekst: Merijn van Grieken\
 Afbeelding: Stock

Peuters JongLeren met open armen ontvangen!

11 mei 2020

De peuterleerplekken van JongLeren (onderdeel Xtra) zijn vanaf vandaag weer voor alle peuters geopend. Afgelopen periode waren de Peuterleerplekken enkel geopend voor noodopvang.

Met de ouders en peuters werd zorgvuldig contact gehouden middels film, telefoon en activiteitenpakketjes die konden worden opgehald en werden rondgedeeld.

Wethouder Hilbert Bredemeijer van Onderwijs, Sport en Buitenruimte, Emiel Grootscholten (directeur JongLeren) en Eric Lemstra (raad van bestuur Xtra) waren vanmorgen op onze Peuterleerplek Anne Frank aanwezig om hun blijk van waardering te geven aan hoe JongLeren de afgelopen periode contact met ouders en peuters hebben gehouden.

Vorige week hebben ouders en peuters een filmpje ontvangen met uitleg over het haal- en brengmoment. Er zijn looproutes aangebracht en de inrichting van de lokalen is aangepast. Toch was het vanmorgen even spannend.... maar alles is goed gegaan. Blij dat de peuters er weer zijn en we samen al spelend aan de ontwikkeling kunnen werken!

Kijk voor meer informatie over JongLeren op www.jonglerendenhaag.nl

Cliëntondersteuner Lisa: ‘Ik voel me een tuinman zonder tuin’

08 mei 2020


Lisa van Kuijeren voelt zich in de coronaweken onthand en bij vlagen machteloos. De onafhankelijk cliëntondersteuner van MEE Zuid-Holland Noord (onderdeel van Xtra) doet wat ze kan, maar moet erkennen dat het door de beperkende maatregelen niet altijd gaat zoals ze zou willen. “Ik voel me soms net een tuinman zonder tuin.” 

Lisa van Kuijeren werkt in gemeente Hillegom en Lisse en ondersteunt kwetsbare inwoners, dikwijls mensen met een beperking: van lichamelijk tot verstandelijk, van chronische ziek tot visuele beperkt. Ze wordt ingevlogen om hen op weg te helpen bij het aanvragen van een uitkering, een schuldhulpverleningstraject of een Wmo-indicatie. “Wij kijken daarbij ook naar hun eigen kracht en het netwerk waarin ze verkeren, want uiteindelijk moeten ze zelf verder.” 

Meerwaarde van huisbezoek
MEE Zuid-Holland Noord staat bekend om de lange adem; een dossier sluiten als een cliënt drie keer niet komt opdagen, doet ze niet. “Cliënten vinden het vaak spannend en zeggen afspraken af. Daarom werken wij outreachend. Huisbezoeken zijn laagdrempeliger. Bovendien kom je bij mensen thuis sneller achter onderliggende vragen of problemen die te maken hebben met de oorspronkelijke hulpvraag. De vraag achter de hulpvraag”, vertelt de ondersteuner. 

De meerwaarde van huisbezoeken is voor Van Kuijeren dat het huis veel over de situatie van mensen prijsgeeft en dat cliënten in hun vertrouwde omgeving ongemerkt meer vertellen dan ze in eerste instantie zouden willen. “Je ziet hoe het er in huis aan toegaat. Is het er schoon? Vervuild? Zijn er veel dieren? Hoe is de omgang met huisgenoten? Pas bij cliënten thuis zie je soms  de eenzaamheid, de dreiging van werkloosheid of oplopende schulden. Bijvoorbeeld door stapels ongeopende post.”

Eenzaamheid groeit
Sinds de lockdown op 16 maart heeft Van Kuijeren geen huisbezoeken meer gedaan. Met cliënten onderhoudt ze noodgedwongen zo veel mogelijk contact via videobellen en telefoneren. “Niet alle cliënten hebben een mobiele telefoon, weten hoe het videobellen moet of vinden het te spannend - je ziet immers ook jezelf in beeld. Ik voel me met handen en voeten gebonden met het verlenen van hulp.”

De tijd die ze aan een cliënt besteed, lijkt te zijn gestegen. Bij zowel jong als oud ziet ze de angst en eenzaamheid groeien. Had ze voor de coronacrisis een keer per twee/drie weken contact, nu bellen sommige cliënten haar wel drie keer per dag. Gewoon om een praatje te maken. “Bovenop de psychische en financiële problemen voelen sommige cliënten zich zo eenzaam.”

Ook vinden cliënten het moeilijk om met de onzekerheden van de crisis om te gaan. Ze zitten vol vragen over hoe lang het nog duurt en wat nu wel en niet precies mag. “Sommigen zijn gewend elke dag een kop koffie buiten de deur te drinken of naar het café te gaan. Ze missen sociale contacten, zijn angstig en durven niet naar buiten. Een van mijn cliënten ligt soms hele dagen in bed. Zo sneu. En het enige dat ik kan zeggen is: Hou vol!” 

Zorgen maken
Van Kuijeren maakt zich minstens zoveel zorgen om de mensen die sinds de lockdown juist niets meer van zich laten horen. Of over de jongeren tussen de 20-27 jaar die nog bij hun ouders wonen en plots met lege handen langs de zijlijn zijn komen te staan. “Sommige van hen hebben een arbeidsbeperking en hadden na een lange zoektocht net een passende baan gevonden. Zij zijn nu door de coronacrisis in éénklap alles kwijt: hun dagbesteding, hun salaris en ook hun perspectief op een eigen woning. Dat is heel schrijnend.”

‘Eerste hulp bij vervelingpakket’
Om haar cliënten in deze tijd een beetje op te beuren, heeft Van Kuijeren bij Stichting Present een ‘Eerste hulp bij vervelingpakket’ aangevraagd. Hierin zitten onder meer spelletjes, mandala’s, kleurboeken, stiften, een tekening of een kaartje. Bij een andere cliënt heeft ze plantjes gebracht voor in de tuin en voor de deur neergezet. “Het is voor mij een kleine moeite, maar het gebaar wordt gewaardeerd. Het is een stukje aandacht dat ik kan geven.”

Tekort schieten
Het moeilijke van deze tijd vindt Van Kuijeren dat ze ‘continu het gevoel heeft dat ze tekort schiet’. “Ik voel me een beetje machteloos, het is niet bevredigend. Naarmate het langer duurt realiseer je je dat het werk niet meer hetzelfde wordt. Ik hoop snel weer huisbezoeken te kunnen doen. Indien nodig met beschermende middelen. Hoe onpersoonlijk dat ook is voor mij en de cliënt.”

MEE Zuid-Holland Noord
MEE Zuid-Holland Noord is dé expert voor mensen met een beperking en hun omgeving. We bieden informatie, advies en ondersteuning aan kinderen, jongeren en volwassenen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking, vorm van autisme, chronische ziekte, niet-aangeboren hersenletsel of psychische problematiek. We bieden ondersteuning op alle terreinen van het dagelijks leven: opvoeding en ontwikkeling, leren en werken, regelgeving en geldzaken, samenleven en wonen.

Meer informatie over MEE kun je vinden op onze website www.meezhn.nl.

Tekst: Merijn van Grieken
Foto: Stock en afbeelding Lisa van Kuijeren

JongLeren Peuterleerplekken: ‘Grootste uitdaging na lockdown is opnieuw beginnen’

24 april 2020

Kleurplaten, materiaal voor een knutselwerkje voor Koningsdag, een verhaaltje, stickers en tekeningen. Het lijkt een kleinigheidje, maar de peuters van peuterleerplek Houtwijk waren dolblij met het doe-pakketje. “We doen er alles aan om juist nu contact met ze te houden en de taal op peil te houden”, zegt Greet Van der Veeke, pedagogisch medewerker van JongLeren Peuterleerplekken (onderdeel van Xtra).

Heel erg opgelucht zijn de leidsters dat hun peuterleerplek op 11 mei de deuren weer mag openen. “We ontvangen de kinderen met open armen. We hebben ze zo gemist!”, zegt ze. Dat staat ook op de ramen van de leerplek: ‘We missen jullie!’ De weken in lockdown, als gevolg van het coronavirus, lijken een eeuwigheid te duren. Voor de juffen, laat staan voor de peuters.

Opnieuw beginnen
Weer opnieuw beginnen is volgens de pedagogisch medewerker de grootste uitdaging. Het merendeel van de 38 peuters heeft ouders met een migratieachtergrond waar thuis (bijna) geen Nederlands wordt gesproken. De kinderen gaan naar de peuterleerplek als ze tweeënhalf jaar zijn; een enkeling als hij/zij drieënhalf is. Die kinderen spreken dan nog geen Nederlands en begrijpen de taal niet.

“Wij zetten alles op alles om hen binnen een half jaar de taal bij te brengen en ze voor de basisschool klaar te stomen. We zingen liedjes, lezen boekjes voor en benoemen alles wat doen. Dat is echt pittig. Door deze lange sluiting dreigt al die aandacht voor taal in een klap weg te vallen. We maken ons grote zorgen over vooral de taalachterstanden”, zegt Van der Veeke.

Voorleesfilmpjes
JongLeren Peuterleerplekken heeft ouders gevraagd met de kinderen taaloefeningen te doen van het programma vroeg voorschoolse educatie en van het taalprogramma Logo3000 dat taal visueel inzichtelijk maakt. Daarnaast maken de vijf vaste leidsters en de invalkracht van de peuterleerplek Houtwijk vanaf de eerste quarantaineweek al voorleesfilmpjes, waarin ze voor de peuters herkenbare boekjes voorlezen van Kikker en Dribbel. Ook maken ze video’s met poppenkastverhalen. Het team stuurt de ouders zo’n drie filmpjes per week via Whatsapp. Er zijn er inmiddels al 25 gemaakt.

Contact houden
“Alle onze inspanningen zijn gericht op contact houden en kinderen in zicht houden. Op deze manier kunnen de kinderen ons zien en horen en blijven we bereikbaar. Daarnaast proberen we de taal in stand te houden. Het is natuurlijk heel aanlokkelijk om een peuter een Ipad te geven, zeker als er nog oudere broers en zussen zijn. Maar een lockdown is echt iets anders dan vakantie”, zegt de pedagogisch medewerker.

Niet alleen het doe-pakketje wordt door ouders hartelijk ontvangen – ‘we ontvangen foto’s van de mooiste creaties’ -, ook de filmpjes worden gewaardeerd. “We krijgen van ouders heel veel leuke reacties terug. Ze geven aan dat hun kind geen genoeg kan krijgen van de filmpjes… Dat is voor ons leidsters hartverwarmend. Ook gaf een jongetje aan ons zo te missen dat hij wilde videobellen.”

Alfabet en cijfers leren
Volgens moeder Mouna Mejri kan haar dochter Miriam (bijna 4) niet wachten weer naar de leerplek te gaan. “Elke dag als ze wakker wordt zegt ze: ‘Het is tijd, ik wil naar school’. Ze wil spelen, met de juffen knuffelen en begrijpt niet goed waarom ze opeens thuis moet blijven. We zijn blij als het 11 mei is, twee maanden thuis blijven is niet goed voor haar taalontwikkeling”, zegt Mejri.

Ondanks het vele oefenen is moeder bang dat haar dochter een taalachterstand oploopt. Haar echtgenoot en zij komen uit Tunesië. Ze spreken onderling Arabisch en met hun drie kinderen Nederlands. “De Nederlandse taal is belangrijk voor hun toekomst. We oefenen elke dag het alfabet en cijfers, lezen boekjes voor en kijken naar de filmpjes van de leidsters. Heel erg leuk dat ze dat doen”, zegt Mejri.

Blij met betrokkenheid
Ook Afsana (3) mist de leerplek. Hoewel thuis Nederlands de voertaal is, is moeder Zainab bang voor achterstanden. “Ik heb mijn handen vol aan mijn drie jonge kinderen, maar oefen zo veel mogelijk met Afsana. We kijken de filmpjes, lezen boekjes en doen de oefeningen. Toch ben ik bang dat ze stilstaat in haar taalontwikkeling en vraag me af wat deze periode op sociaal-emotioneel vlak voor haar betekent. We zijn ontzettend blij met de betrokkenheid van de leerplek”, zegt Zainab.

Naast alle oefeningen en filmpjes geeft stichting JongLeren ouders via de ouderportal tips een boekje te kopen of samen op YouTube naar voorleesfilmpjes te kijken. “We hopen vurig dat er thuis iets mee gedaan wordt, zodat we achterstanden tot een minimum beperken. We verheugen ons nu vooral op het weerzien met de kinderen”, zegt Van der Veeke.

Meer informatie
Kijk voor meer informatie over JongLeren op www.jonglerendenhaag.nl

 

Tekst: Merijn van Grieken| Van Grieken Tekst

‘Samen koken en film kijken: saamhorigheid groeit bij jongeren van het JIT’

23 april 2020

Suzan Westerhuis is projectcoördinator van een woongroep met 38 jongeren van het Jeugd Interventie Team (JIT) dat valt onder onze werkmaatschappij Xtra Plus. Hoe ziet haar werk er in deze coronatijd uit? Hoe onderhoudt ze contact met de jongeren en hoe houdt ze de moed erin voor deze jongeren zonder vangnet?

Geen bezoek meer over de vloer. Die maatregel vanwege het coronavirus kwam hard aan bij de jongeren die onder begeleiding van het Jeugd Interventie Team (JIT) wonen. “Het bezoekverbod viel niet in goede aarde; het voelde voor sommigen als een straf. Anderen begrepen de maatregel vanwege de coronacrisis wel, maar voor hen allemaal is de situatie enorm pittig. Hun wereldje is opeens heel klein geworden”, zegt projectcoördinator Suzan Westerhuis.

Steuntje in de rug nodig
De 76 jongeren tussen 17-27 jaar wonen onder begeleiding van het JIT. Ze hebben allen een steuntje in de rug nodig. Ze hebben geen vangnet of achterban en kunnen door omstandigheden niet meer thuis of op zichzelf wonen door bijvoorbeeld gemaakte huurschulden. Het JIT begeleidt de jongeren maximaal twee jaar tot ze klaar zijn om op zichzelf te kunnen wonen. “We begeleiden ze van A tot Z. We vangen ze op, adviseren ze en corrigeren ze. We nemen in bepaalde mate de rol van de ouders over”, zegt Westerhuis.

Zonder dagbesteding thuiszitten
De jongeren moeten in hun levensonderhoud kunnen voorzien door werk, studiefinanciering of een bijbaantje. Na de intelligente lockdown die het kabinet in maart aankondigde - en een paar dagen sluiting van de scholen-, kwamen veel van de jongeren thuis te zitten. Een gedeelte van hen had geen dagbesteding of inkomsten meer, bijvoorbeeld omdat ze in de horeca werkten. Voor jongeren die niet meer kunnen rondkomen, heeft het JIT noodboodschappen gehaald.

Contact via Whatsapp en beeldbellen
De voornaamste zorg na de lockdown voor het JIT is hoe ze jongeren, ondanks de anderhalve meter afstand, zo goed mogelijk persoonlijk kunnen blijven begeleiden. Op de grote groep jongeren is een minimale bezetting van twee begeleiders aanwezig in het pand; de rest van het personeel werkt zoveel mogelijk thuis. “We onderhouden een paar keer per week contact via Whatsapp. En we beeldbellen met de jongeren. Merken we dat het echt niet goed gaat, dan regelen we een ontmoeting met gepaste afstand tussen begeleider en jongere”, zegt Westerhuis. Voor een jongen die geen mobiele telefoon had, heeft het JIT geholpen met de aanschaf.

Vinger aan de pols houden
Door de gesprekken proberen de begeleiders zo goed mogelijk vinger aan de pols te houden. “We praten veel met ze en stellen vragen zoals: Waar zit je mee? Wat heb je nodig? Hoe ervaar je deze periode? Wat doet dit met je? Maak jij je zorgen? Kom je financieel in de problemen? Heb je voldoende geld om te eten? En weet je wat je kunt doen als jij je eenzaam voelt? Het is een uitdaging om de meest kwetsbare jongeren goed te begeleiden”, vertelt Westerhuis.

‘Mevrouw, ik heb ook mijn behoeften!’
Een andere zorg is het handhaven van het bezoekverbod. Om bewustwording voor gevaar op besmetting te creëren, droeg het personeel in de tweede week van de lockdown handschoenen en een mondkapje in huis. “Dat deden we heel demonstratief om de ernst van het coronavirus te benadrukken en te laten zien: Jongens, dit is serieuze shit”, vertelt Westerhuis.

Ook al zijn de meesten van die boodschap doordrongen, wordt het bezoekverbod elke dag wel een keer overtreden. “Geen vriendje/vriendinnetje meer mogen ontvangen vinden sommige jongeren niet te doen. Een jongen zei laatst: ‘Ja maar mevrouw, ik heb ook mijn behoeften!’ Dat snap ik, maar deze maatregelen zijn helaas echt nodig”, zegt Westerhuis. Het personeel ontsmet twee keer per dag alle deurklinken en bij de voordeur staat naast het bordje ‘Welkom Thuis; desinfecterende gel.

Familiegevoel
In deze tijden van corona, ontstaan er ook hele mooie dingen in het huis. Het JIT probeert het ‘thuis’ zo aangenaam mogelijk te maken in de gezamenlijke huiskamers. Die zijn vlak in de week van de lockdown opgeknapt. Door het vele thuiszitten leren de jongeren elkaar beter kennen. Er ontstaat zelfs een familiegevoel, zegt Westerhuis.

“Waar jongeren voorheen nauwelijks van hun kamer af kwamen, zoeken ze elkaars gezelschap nu meer op. Huisgenoten koken samen en kijken samen films op georganiseerde thuisfilmavonden met popcorn en cola. Ook zijn twee thuiszittende koks gaan koken en delen bakjes met eten uit. En een meisje dat in de schoonmaak werkt van een ziekenhuis, hoeft thuis haar dienst niet te draaien. De saamhorigheid is zeker aan het groeien. Dat is mooi om te zien.”

Hoe wonen de jongeren bij het JIT?
De jongeren wonen aan de Amsterdamse Veerkade in Den Haag. De Foyer is het huis met 38 gemeubileerde kamers waarbij de bewoners verdeeld over vijf groepen een huiskamer, sanitaire- en keukenvoorzieningen delen. Daarnaast zijn er negen woningen met eigen voorzieningen voor jongeren die niet samen kunnen wonen en zijn er zes appartementen voor jongeren met wat complexere problemen; zij wonen twee aan twee. Als laatste zijn er nog 23 appartementen voor jongeren die wachten op vervolghuisvesting.

Meer informatie:
Neem contact op met Suzan Westerhuis via s.westerhuis [at] hetjit.nl

Haags virtual reality-platform gaat eenzaamheid bij ouderen tegen in tijden van corona

21 april 2020

 

Non-profit start-up Hack The Planet en zorg-, welzijns- en opvangorganisatie Xtra lanceren vernieuwd EldersVR-platform

Den Haag, 21 april 2020 - Non-profit start-up Hack The Planet en zorg- welzijns- en opvangorganisatie Xtra uit Den Haag hebben vandaag het vernieuwde EldersVR-platform gelanceerd. Het project, opgezet om eenzaamheid bij ouderen te bestrijden, laat mensen samen naar 360º graden filmpjes kijken met een virtual reality-bril. De VR-brillen, oorspronkelijk bedoeld voor welzijnswerkers op huisbezoek, worden vanwege het coronavirus nu gratis aangeboden aan zorginstanties.

EldersVR doorbreekt de isolatie van ouderen door hen virtueel mee te nemen naar plekken waar zij zelf niet meer kunnen komen. Ouderen kunnen bijvoorbeeld naar het strand, mee met de Ooievaart, naar het Mauritshuis, maar ook naar Istanbul en Venetië of even diepzeeduiken. Nu vanwege de coronamaatregelen huisbezoek niet meer mogelijk is en veel ouderen last hebben van eenzaamheid, wordt de innovatieve VR-technologie gratis aangeboden aan zorginstanties. Saffier, Philadelphia, Respect en Bartimeus gaan de brillen direct gebruiken.

De strijd aan met eenzaamheid
Meer dan de helft van mensen ouder dan 55 heeft een gevoel van eenzaamheid en voelt zich niet verbonden met de maatschappij, blijkt uit cijfers van het CBS. Het bestrijden hiervan loopt in de honderden miljoenen per jaar. De Haagse non-profit start-up Hack The Planet heeft samen met Xtra uit Den Haag het platform EldersVR ontwikkeld om op een laagdrempelige en effectieve manier ouderen samen nieuwe ervaringen te laten opdoen.

Yahya Algehaili van Hack The Planet:
“EldersVR wordt al ruim drie jaar succesvol ingezet in de bestrijding van eenzaamheid bij ouderen. Door het coronavirus is het harder dan ooit nodig als middel tegen de isolatie en eenzaamheid van kwetsbare groepen.”

Vernieuwd platform
Het virtual reality-platform van EldersVR leidde de afgelopen jaren tot opmerkelijke resultaten. Ouderen worden weer geactiveerd, zoals een demente dame die na anderhalf jaar zwijgen weer begon te praten. Dat was reden voor de samenwerkende partijen om een nieuwe generatie van de VR-bril te ontwikkelen. De nieuwe brillen zouden door welzijnswerkers van Xtra worden ingezet bij huisbezoek. Vanwege de coronamaatregelen werden die plannen aangepast. Vandaag zijn de brillen kosteloos aangeboden aan de eerste zorginstelling in Den Haag, Saffier.

Stef Beun, projectmanager Sociale Innovaties Xtra:
“Het is heel fijn dat we met EldersVR ten tijde van corona kunnen bijdragen aan eenzaamheidsbestrijding en zodoende de samenwerking tussen zorg en welzijn verstevigen.”

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Q42, Yahya Algehaili, Hack The Planet, T: 06-81900581, E: yahya [at] q42.nl

Xtra, Stef Beun, E: s.beun [at] xtra.nl

Eigen Toekomst Plan breidt dienstverlening in crisis uit

21 april 2020

Sabina Mets is projectcoördinator van het project Eigen Toekomst Plan van Xtra plus. Ze koppelt vrijwilligers aan gezinnen die tijdelijk hulp nodig hebben. Maar hoe doe je dat zonder echte ontmoetingen met gezinnen? Hoe richt ze de hulp in? En wat kan ze extra voor deze mensen doen?

Een puberzoon die helemaal geen meer zin heeft om naar school te gaan, een kind van zes jaar dat geen vriendjes heeft of een moeder die na haar zwangerschapsverlof weer aan de slag moet, maar niet weet hoe ze zorg en werk het beste kan combineren. De hulpvragen die via gezinscoaches of thuishulporganisaties bij Eigen Toekomst Plan terecht komen, hebben een hoog huis-, tuin- en keukengehalte. Maar voor gezinnen die met opvoedkundige vragen vastlopen, is dit preventieve project een uitkomst. ​

Samen nadenken over oplossingen​
Het project komt in beeld als mensen met een vraag zitten en er zelf even niet uitkomen. Nog ruim voordat situaties uit de hand lopen. Na een intakegesprek bij mensen thuis, koppelt projectcoördinator Sabina Mets een vrijwillige coach aan het gezin. Zij hebben een faciliterende functie en helpen gezinnen om het netwerk om hen heen in kaart te brengen: Wie zijn de mensen om je heen? Hoe is het contact met de buren? Zijn er nog familieleden met je vroeger contact had? Zijn er opa’s en oma’s, broers of zussen?​

“De stap zetten naar hulp kan voor gezinnen soms best lastig zijn. Namens dit gezin vragen de coaches dit netwerk om met de hulpvraag mee te denken. Gezinnen vinden het heel fijn dat de coach dat voor hen kan doen. Uiteindelijk komt het tot een kringgesprek op locatie waarbij het netwerk en het gezin samen nadenken over oplossingen. Een plan van aanpak volgt. De kracht van ons project is dat we het netwerk erbij betrekken en mensen samen over oplossingen laten nadenken”, legt Mets uit. ​

Achter een beeldscherm​
Nu ze sinds de coronacrisis geen huisbezoeken meer mag doen, ze vrijwilligers ook niet meer fysiek op pad mag sturen en er geen kringgesprekken plaatsvinden, is het werk verschoven van achter de voordeur naar achter een beeldscherm. Videobellen biedt uitkomst. “Natuurlijk krijg je dan niet dezelfde informatie als dat je bij een gezin over de vloer komt en mis je de lichaamstaal, maar het is even niet anders. Ik ben heel blij dat we toch contact kunnen onderhouden in deze onzekere tijden”, zegt Sabina.​

Juist meer contact ​
Het project helpt 35 gezinnen per jaar met tien vrijwilligers. Eigen Toekomst Plan onderhoudt in deze coronatijd zelfs bewust meer contact met de gezinnen die ze begeleidt. “De coaches bellen elke week met het gezin om te vragen hoe het gaat. Ook stellen we voor om op gepaste afstand een wandelingetje te maken. We hebben bij een moeder die het zwaar heeft met de opvoeding van haar baby een presentje in de bus gedaan. Vanuit haar tuin hebben we haar een gedichtje voorgedragen om aan te geven: Je bent niet alleen.”​

Luisterend oor​
Die aandacht wordt gewaardeerd. “Het is heel belangrijk mensen te laten weten dat ze er niet alleen voor staan, dat er aan ze gedacht wordt en dat ze niet worden vergeten”, zegt Mets. Daarom heeft ze de dienstverlening van Eigen Toekomst Plan in coronatijd verruimd. ​

“Wij zijn eigenlijk geen buddy-project, maar omdat we door de coronacrisis in zo’n uitzonderlijke situatie zitten, kunnen mensen die verlegen zitten om een praatje of een luisterend oor nodig hebben, nu bij ons terecht Wij geven gezinnen tips en adviezen over opvoeding, stressvermindering of over het maken van school/werkschema’s. Ook wijzen we mensen op adressen waar ze een gratis maaltijd kunnen afhalen. En als het nodig is te helpen met het maken van huiswerk, doen we dat ook. Als het maar op afstand is.” Eigen Toekomst Plan ziet overigens nog geen toename van de vraag. ​

Wat is Eigen Toekomst Plan?​
Het project is gericht op preventie. Volgens de Jeugdwet (2015) moeten alle gezinnen de mogelijkheid krijgen om een Familiegroepsplan op te stellen. Den Haag werkt met het vergelijkbare Eigen Toekomst Plan. Vrijwilligers maken samen met een gezin en haar omgeving een plan voor extra hulp bij allerlei vragen, zoals kinderen die extra zorg nodig hebben. Maar ook als je als ouder chronisch ziek bent en het ouderschap je zwaar valt. Of dat je niet weet hoe je alle ballen in de lucht moet houden na een scheiding. Eigen Toekomst Plan helpt gezinnen bij het organiseren van hulp.

Doejeookmee.nl: de nieuwe website voor Xtra vrijwilligers

20 april 2020

Onlangs lanceerde Xtra www.doejeookmee.nl. Dit is de nieuwe website voor vele vacante vrijwilligersfuncties bij de werkmaatschappijen van Xtra. Deze vacatures zijn soms lastig te vinden voor inwoners en raken versnipperd in het totale aanbod van vrijwilligerswerk in Den Haag en omstreken. Daarom namen wij het initiatief om een platform te ontwikkelen waar je, als vrijwilliger en potentiële vrijwilliger, naar toe kunt gaan als je een bijdrage wilt leveren aan het vergroten van de sociale betrokkenheid in jouw wijk.

Bij Xtra en haar werkmaatschappijen werken gemiddeld zo'n 2400 vrijwilligers.

De website wordt in deze periode ook ingezet om mensen te werven om hulp te bieden aan hun medemens die het even wat minder heeft.

Wat is de motivatie geweest voor het ontwikkelen van deze website?

De website vormt een middel om onze missie voor vrijwilligerswerk onder de aandacht te brengen. We willen:

  • Inwoners een veilige vrijwilligers plek bieden als opstap naar betaald werk;
  • Inwoners, die om de een of andere reden niet deel kunnen nemen aan regulier werk, motiveren een zinvolle bijdrage te leveren in hun wijk;
  • Dat vitale inwoners hun talenten en kwaliteiten inzetten om daarmee andere inwoners te ondersteunen (te denken valt aan bijvoorbeeld jongeren/studenten, werkenden, pensionado’s);
  • Dat inwoners hun eigen ervaring in kunnen zetten om daarmee andere inwoners in vergelijkbare situaties te helpen.
  • Een bijdrage leveren aan de persoonlijke ontwikkeling, kwaliteiten en deskundigheidsbevordering van huidige en potentiële vrijwilligers.

 

Neem gauw eens een kijkje op https://www.doejeookmee.nl/ !

‘We moeten het nu echt samen doen’ ! Praatballon-actie van Xtra

15 april 2020

Knip ‘m uit, schrijf wat op, hang ‘m voor je raam of stuur je foto mét praatballon en verhaal op naar De Posthoorn, luidt de oproep van Margo van Rheenen, lid van de raad van bestuur van Xtra. Ze is enthousiast over de actie van haar welzijnsorganisatie in samenwerking met de Posthoorn. “Op deze manier kunnen mensen elkaar via de krant bedanken voor hand-en spandiensten in deze moeilijke tijd. Hoe mooi is dat!”

DEN HAAG – Deze week staat er een enorme praatballon in De Posthoorn. Deze praatballon kunnen mensen uitknippen om er vervolgens mee op de foto te gaan. De praatballon start met: ‘ik wil je graag vertellen…’en kan vervolgens aangevuld worden met een een persoonlijke boodschap. De foto kan hierna gemaild worden naar de redactie van deze krant: redactie.ph [at] dpgmedia.nl. De redactie van De Posthoorn plaatst de
leukste, bijzonderste en meest unieke berichten in de krant en op de website www.deposthoorn-denhaag.nl. “Hoe leuk is het dat diegene die je wil bedanken voor bijvoorbeeld het doen van boodschappen of het  uitlaten van de hond dat zelf kan lezen in de krant?” zegt Van Rheenen. Ze vindt het juist in deze tijd belangrijk dat mensen elkaar een hart onder de riem steken. “Dat gebeurt wel al veel op sociale media.
Maar juist de kwetsbare mensen voor wie de boodschappen moeten worden gedaan en die niet buiten komen, hebben daar vaak geen toegang toe. Vandaar onze ‘praatballon-actie’ in deze krant, zo geven we
hen de mogelijkheid om iets terug te doen.”, licht ze toe.

Zelf is ze trots op haar medewerkers en vrijwilligers. Van Rheenen: “We moeten onze werkzaamheden momenteel flink aanpassen. Inloopochtenden en andere activiteiten gaan niet door. En het bijstaan van kwetsbare burgers doen we nu digitaal of telefonisch. Het is geweldig om te zien hoe creatief onze medewerkers en vrijwilligers hierin zijn en hoe ze zich hiervoor inzetten. Maar het is toch geen vervanging voor de face-to-face benadering. Het letterlijk iemand bijstaan wordt gemist, zeker door kwetsbare mensen die nu extra kwetsbaar zijn.” Van Rheenen vreest dat deze situatie voorlopig nog niet voorbij is. Daarom wordt binnen Xtra nagedacht over hoe activiteiten als Haags Ontmoeten en koffieochtenden binnen de marge van de nieuwe 1,5 meter maatschappij te zijner tijd weer opgestart kunnen worden. Ze is ervan overtuigd dat dit lukt. “Wij zijn gewend om ons aan te passen aan veranderende omstandigheden. Dat komt nu goed van pas. “ Dat er op dit moment allerlei mooie initiatieven ontstaan, verbaast Van Rheenen niet. “Mensen zijn altijd bereid om elkaar te helpen, ook als er geen crisis is. Als welzijnsorganisatie  bundelen wij deze krachten en bouwen hier netwerken omheen.” Van Rheenen is niet bang dat die behulpzame houding straks weer wegzakt. “We zien nu dat we het echt samen moeten doen.” En voor de toekomst van het welzijnswerk vreest ze al helemaal niet. “De waarde daarvan is nu wel bewezen.” ‘We moeten het nu echt samen doen’

Download de praatballon op www.servicepuntxl.nl/ikverteljegraag

 

Het Schoolmaatschappelijk Werk (SMW) herstelt contact met 'verdwenen' leerlingen

15 april 2020

Vanuit het wijkcentrum op de Elandstraat in Den Haag werkt het Schoolmaatschappelijk Werk (SMW) van Xtra plus. Het SMW is werkzaam op alle 166 basisscholen in de stad Den Haag. 
Alle Haagse scholen geven de kinderen nu les op afstand, echter is voor sommige kinderen is dit onderwijs niet passend en lukt het de school niet om op afstand het contact te leggen met deze gezinnen. 
Er is grote behoefte om het contact met deze leerlingen te herstellen. Het SMW (onderdeel Xtra) is gestart om dit contact zo veel als mogelijk te herstellen.

Jan de Boer (welzijnsmedewerker) sprak met Willem Heemskerk , teammanager van het SMW+ in Den Haag  en stelde hem een aantal vragen. 

Ik zag vorige week diverse SMW’ers op de fiets de wijk ingaan, wat deden zij ? 
Mijn collega’s en ik zijn op huisbezoek gegaan bij kinderen die door hun basisschool bij ons als SMW waren opgegeven omdat de school geen contact kon krijgen met deze kinderen en hun ouders. Dat contact is heel belangrijk omdat de scholen graag het onderwijs aan deze kinderen door willen laten gaan ondanks de Coronacrisis. Dit om een grote leerachterstand tegen te gaan.  Met alle opgegeven kinderen was er geen contact mogelijk of was het contact sinds 2 weken verbroken. We hebben in 1 week tot nu toe 26 kinderen thuis opgezocht waarvan bij 23 kinderen het contact met school is hersteld.  7 kinderen zijn per direct opgevangen op school.  Nog veel meer huisbezoeken staan gepland.  

Ik las dat er 500 kinderen van de radar zijn verdwenen , is dat zo ? 
In de media circuleert ook het getal 400 kinderen voor de stad Den Haag. Ik laat dit getal maar even los en zou niet willen zeggen dat deze kinderen (hoeveel het precies ook mogen zijn) 'verdwenen' zijn. Onze ervaringen die wij hebben opgedaan in de huisbezoeken door de hele stad wijzen uit dat er verschillende oorzaken zijn waarom de scholen op afstand (via sociale media, tablet of telefoon)  geen contact kunnen krijgen met deze kinderen. In de eerste plaats is er de taalbarrière bij de ouders. Vrijwel alle ouders die wij gesproken hebben, spreken geen of zeer gebrekkig Nederlands. Veel kinderen zijn nog te jong om te vertalen voor hun ouders. Dus worden brieven niet gelezen en veel ouders die een onbekend 06-nummer zien verschijnen op het scherm van hun mobiel,  nemen de telefoon niet op.  Veel scholen bellen met een anoniem nummer en dat schrikt ouders af die geen Nederlands spreken. Een tweede reden is armoede. Veel gezinnen hebben simpelweg het geld niet om de nodige ict middelen aan te schaffen voor onderwijs op afstand. Zelfs geld voor een telefoonkaart is er soms niet. Daarnaast is er voor deze kinderen in de woningen waarin zij wonen geen geschikte plek om met schoolactiviteiten bezig te zijn. Het betreffen veel woningen met achterstallig onderhoud, onder verhuur, kleine kamers, veel huisgenoten, geen dagstructuur en geen onderwijsondersteunende mogelijkheden van ouders omdat die de taal niet machtig zijn. Zo zijn er nog tal van redenenen.

En dan ? 
Als wij de kinderen en de ouders thuis aantreffen laten wij  de ouders en/of de leerling (afhankelijk van de leeftijd)  direct bellen met de leerkracht van de school. Dat werkt vaak het beste. Er is dan direct contact er kunnen meteen afspraken worden gemaakt over hoe nu verder. Soms is de conclusie dat het beter is voor de betreffende leerling dat er opvang geregeld gaat worden op school. Dat heeft te maken met wat voor situatie wij thuis aantreffen. Als het in het kader van de veiligheid en /of het welbevinden van het kind beter is dat zij/hij op school wordt opgevangen, bespreken we dat met school en ouders. De school neemt dan de vervolgacties op zich.  

Hoe worden ze begeleid ? 
De kinderen van de basschool krijgen nu onderwijs  op afstand. Veel scholen gebruiken b.v. het lesprogramma  SNAPPET. Leerkrachten bellen in bij ouders/kinderen op een vast tijdstip. Via het video kanaal geven de leerkrachten dan instructies aan de kinderen en worden er afspraken gemaakt over de taken waar kinderen aan moeten werken. Je moet als leerling dan wel de beschikking hebben over een laptop of tablet. Andere scholen geven weer instructies via de telefoon.  Andere media kanalen zijn: microsoft teams, ZOOM en videobellen via whatsapp.    

En als de thuissituatie zo slecht is dat onderwijs op afstand bij deze  kinderen niet mogelijk is?  
In zo’n geval gaan we in gesprek met ouders en de school waarbij we adviseren om deze kinderen naar school te laten komen om daar verder onderwijs te krijgen. Dat is altijd in onderling overleg. Als ouders echt niet willen uit angst voor het coronavirus, blijven de kinderen thuis. Tenzij de veiligheid en/of het welbevinden van het kind een te groot risico loopt. Dan hebben we altijd overleg met Veilig Thuis om een gezamenlijke afweging te maken van het risico en vandaar uit in gezamenlijk overleg de beslissing te nemen wat het beste is voor de betreffende leerling.  

Waar is die 5 % die niet op te sporen is ? 
Goede vraag. In de meeste gevallen betreffen het kinderen uit gezinnen die uit Oost-Europa komen. Met name Bulgarije en Hongarije. We vermoeden dat in de meeste gevallen deze gezinnen zijn teruggekeerd naar land van herkomst. Wellicht uit angst voor het coronavirus of om andere redenen. Wij vragen altijd eerst goed uit bij de buren. Wanneer zijn de kinderen en/of ouders voor het laatst gezien. Weten de buren wellicht waar het gezin naar toe is gegaan etc. .
Daarnaast adviseren wij de scholen om aan de wijkagent te vragen of hij/zij ook s’avonds of in het weekend ook een keer langs wil gaan om vast te stellen wie er op het betreffende adres wonen. Vaak is er sprake van onderhuur en wisselen de bewoners met regelmaat op een adres.  

Wat kunnen ouders , familie ,buren doen als zij signaleren dat het niet goed gaat met hun of andere kinderen? 
Als je als gezin vragen hebt rondom het coronavirus, kun je altijd contact opnemen met het Centrum voor Jeugd en Gezin. Daar zit ook het consultatiebureau. Het dichtstbij zijnde CJG vind je via de website van  het CJG in Den Haag. Verder kun je ook contact leggen met o.a. het opvoedsteunpunt, de GGD, de servicepleinen, en natuurlijk je eigen huisarts.   

Meer weten over het werk van SMW? Kijk op https://www.smw-basisschool.nl/ of mail aan w.heemskerk [at] xtra.nl.

 

Xtra stelt VR brillen beschikbaar voor het zorgnetwerk

07 april 2020

EldersVR is de naam van een platform waarbij één of meer mensen tegelijkertijd naar 360º graden filmpjes kunnen kijken met een VR-bril. Het is ontwikkeld door Xtra en Q42 met het prijzengeld van een Hackaton om eenzaamheid van ouderen bestrijden. Alles stond klaar voor welzijnswerkers om de brillen mee te nemen op huisbezoek. Het Corona-virus gooide roet in het eten, maar niet voor lang. Stef Beun van Xtra vertelt wat er in één week tot stand is gekomen.

Nood breekt wet
“De dienstverlening van Xtra is in korte tijd anders georganiseerd. Heel veel contacten gaan nu online of telefonisch en medewerkers zijn betrokken bij de distributie van maaltijden voor de meeste kwetsbaren in Den Haag. Ook voor het EldersVR platform is een hele nieuwe markt geopend. Heel simpel door te bedenken waar op dit moment behoefte is om even in een andere wereld te zijn: de zorg. In de ontwikkeling hadden we al gezien dat het gebruik van de brillen ook in de zorg tot opmerkelijke resultaten leidt. Het activeert echt iedereen, maar het toppunt was een demente dame die voor het eerst na 1,5 jaar begon te praten. Maar ja, voor welzijn is het geen doel om dat te testen en valideren.

In plaats van het project in de ijskast te zetten heb ik mijn zorgnetwerk benaderd met de vraag of ze interesse hebben om, zolang de crisis duurt, gratis de VR brillen te gebruiken voor hun cliënten. Mensen kunnen dan bijvoorbeeld naar het strand, mee met de Ooievaart, naar het Mauritshuis, maar ook naar Istanbul, Venetië of even diepzeeduiken. In ruil voor het gebruik vragen we om feedback en publiciteit. Binnen een paar dagen was ik alle brillensets kwijt.

Nieuwe generatie
Ik heb zelfs 30 sets teruggevraagd aan het ROC, de eerste gebruiker van het Elders VR-platform. Het ROC gebruikt de sets om studenten social work en maatschappelijke zorg kennis en ervaring op te laten doen met nieuwe technologie. Maar ook dat ligt even stil en het is geweldig dat zij ook onmiddellijk mee wilden werken.

Vier zorgorganisaties (Saffier, Philadelphia, Respect en Bartimeus) gaan de brillen direct in verschillende zorgomgevingen gebruiken. Het is goed om te weten dat het echt om state-of-the-art techniek gaat die met behulp van een app heel eenvoudig te bedienen is. Het gaat om de nieuwste generatie brillen (PicoG24k). Die kunnen veel meer dan de bekende Oculus VR-bril. Het gedeelte dat de huid raakt is heel eenvoudig te reinigen. Een groot voordeel, juist in deze tijd.

Een spong voorwaarts
De nieuwe generatie brillen leent zich bij uitstek voor veel meer toepassingen die gericht zijn op de zelfredzaamheid van ouderen. Denk aan valpreventie, (leren) reizen met het OV en angsten zoals pleinvrees overwinnen. Dit verhaal laat zien dat sectoroverstijgend werken zaken in een stroomversnelling kan brengen. Zorg en welzijn zijn sectoren die in de toekomst ongetwijfeld meer met elkaar verweven gaan raken. Soms is daar een crisis voor nodig. Het EldersVR platform kan daar een mooie brugfunctie in vervullen.”

Tekst: Irmgard Bomers,werken in Netwerken

Maaltijden bezorgd bij de meest kwetsbare Hagenaars

24 maart 2020

  
Vandaag – 24 maart 2020 – is een maaltijd-bezorgservice voor de meest kwetsbare Hagenaars gelanceerd. Door de coronacrisis is het voor deze mensen met een slechte gezondheid, onvoldoende inkomen en zonder sociaal vangnet bijna onmogelijk om elke dag een voedzame maaltijd te vinden. Zij krijgen vanaf nu dagelijks een maaltijd thuis bezorgd.
De bezorgservice is een initiatief van Ben Lachhab en welzijnsorganisaties Mooi welzijn, Voor welzijn en Zebra welzijn van Xtra, ondersteund door de gemeente Den Haag en Fonds 1818.

Ben Lachhab heeft ervoor gezorgd dat de maaltijden bereid kunnen worden in de keuken van Shell door gespecialiseerde koks. Onze medewerkers zorgen samen met Welzijn Scheveningen voor de bezorging.  Ook brengen de welzijnswerkers van Mooi, Voor en Zebra in kaart welke mensen aangewezen zijn op de maaltijdservice om de crisis door te komen. Omdat het veelal om ouderen gaat, spelen ouderenconsulenten hierbij een cruciale rol.

Vanuit zijn ervaring met eenzame ouderen in minder welvarende wijken, werd Ben Lachab geraakt door de situatie van ouderen die omwille door de coronacrisis niet meer terecht kunnen bij sociale maaltijdvoorzieningen.  Zij kunnen niet zelf boodschappen doen en hebben niet de financiële middelen om eten te laten bezorgen door een commerciële aanbieder. “Elke dag zag ik ouderen die het moeilijk hebben en voor wie eenzaamheid een probleem is.  Met de komst van Corona wordt het voor deze ouderen alleen maar moeilijker.  Dat was mijn drijfveer om deze actie te starten.  Door aandacht en eten te bieden, kunnen we hun stress misschien een beetje verlichten.  Daarom ben ik erg blij dat we met alle partners heel snel hebben kunnen schakelen en dit initiatief in een korte tijd samen hebben opgezet.”

Ondertussen kwamen bij welzijnsmedewerkers steeds meer prangende vragen binnen van inwoners die in de knel kwamen.  Daarom besloten beide partijen om de handen ineen te slaan. De welzijnsorganisatie is in de verschillende gebieden in gesprek gegaan met de wijkbusorganisaties en de chauffeurs van Begeleiden en Rijden.

Boudewijn Jorna van leerwerkrestaurant H’Eerlijk coördineert binnen Xtra de logistieke organisatie. “De voorbije week leverde ik vanuit H’Eerlijk al hier en daar maaltijden om de ergste nood te lenigen. Ik ben blij dat we op deze manier samen met Ben, de gemeente en andere partners structureel een voedzame maaltijd kunnen bieden voor al die mensen die ernstig in de knel komen.”

Inzamelingsactie mondkapjes in regio Haaglanden: #Allemondkapjesverzamelen!

23 maart 2020


Op maandagochtend 23 maart klonk om 09.00 uur klonk het startsein. Samen met Transmurale zorg en Van der Velde Verhuizingen beginnen we met de inzameling van mondkapjes voor huisartsen, ziekenhuizen en anderen die betrokken zijn bij de zorg in de regio Haaglanden.

In de regio Haaglanden is er, net als in de rest van Nederland, schaarste aan mondkapjes voor hulpverleners in ziekenhuizen, bij huisartsen en andere zorgprofessionals. Omdat het van groot belang is dat onze zorgprofessionals goed beschermd te werk kunnen gaan in deze tijd, start Xtra in samenwerking met Stichting Transmurale zorg, Mondial Van der Velde Verhuizingen en ADO Den Haag de inzamelingsactie: #allemondkapjesverzamelen! Hierbij worden particulieren en bedrijven in de regio Haaglanden die momenteel mondkapjes beschikbaar hebben opgeroepen om deze zo snel mogelijk in te leveren bij één van de inleverpunten zoals verschillende wijkcentra van Mooi welzijn, Voor welzijn, Zebra welzijn en het Multifunctioneel Centrum bij ADO Den Haag, dat dient als supportershome, en de logistieke Hub van Hubbel Lastmile op bedrijventerrein ZKD. Voor een overzicht van alle inleverlocaties en de openingstijden per locatie zie: www.allemondkapjesverzamelen.nl

Voor de actie is naast de website een speciaal telefoonnummer in het leven geroepen dat van maandag t/m zaterdag van 9.00 – 20.00 uur te bereiken is: 070-700 00 77. Er kan ook worden gemaild naar: allemondkapjesverzamelen [at] transmuralezorg.nl

Dringende oproep
Transmurale Zorg, Mondial Van der Velde Verhuizingen, Xtra Welzijn en ADO Den Haag doen een dringende oproep aan alle burgers en bedrijven in de regio Haaglanden om de mondkapjes en andere materialen die zij in bezit hebben in de verpakking in te leveren bij één van de inzamelpunten van de Haagse actie #allemondkapjesverzamelen! De initiatiefnemers zorgen er dan voor dat de mondkapjes en overige materialen zo spoedig mogelijk worden opgehaald en afgeleverd bij de huisartsen, ziekenhuizen en andere zorgprofessionals. Dit ter bescherming van alle artsen en verpleegkundigen tegen het Coronavirus. “Het spreekt voor zich dat we geen hulpmiddelen willen onttrekken aan het reguliere zorgcircuit, maar juist bij het midden en kleinbedrijf en bij de burgers die de mondkapjes niet nodig hebben”, aldus Lisette van den Heuvel, directeur Stichting Transmurale Zorg Den Haag e.o. “Alle RIVM eisen worden in acht genomen bij zowel het inleveren van de mondkapjes als het ophalen en verdelen onder de ziekenhuizen, huisartsen en andere zorgprofessionals, waarbij nauw wordt samengewerkt met GHOR Haaglanden.”

Bekende Hagenaars helpen mee
Inmiddels hebben diverse bekende Hagenaars zich bij de actie aangesloten. Zo zullen Bas Muijs, Dennis Weening, Fred Zuiderwijk, Karel de Rooij en ADO Den Haag actief meehelpen en de oproep verspreiden op hun social media kanalen en is het Haagse PR bureau Smith Communicatie belangeloos aangesloten om mee te helpen in de communicatie.

Den Haag Helpt! Eén centraal telefoonnummer tijdens coronacrisis.

19 maart 2020


Corona zorgt voor veel spanning, ongemak en nood. De servicepunten XL hebben met vele Haagse wijkpartners de handen ineen geslagen. Samen zorgen we voor kwetsbare wijkbewoners die in de knel komen. Voor (hulp) vragen, zorgen of een goed gesprek kunnen inwoners van Den Haag vanaf vandaag – 19 maart 2020 -  terecht op één centraal telefoonnummer; 070.205.30.03. Dit is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 21.00 uur en in het weekend van 10.00 tot 16.00 uur.

Kan iemand me helpen met mijn boodschappen als ik thuis moet blijven? Hoe kom ik aan een betaalbare maaltijd nu mijn buurtmaaltijd niet meer doorgaat? Hoe ga ik om met mijn sombere gedachten nu ik geen praatje meer kan maken in het buurtcentrum?  Hoe kan ik mijn vaste lasten betalen nu ik mijn freelance baan niet kan uitoefenen? Hoe ga ik om met opstandige tieners die geen rekening willen houden met de coronarichtlijnen?  Kan er flexibeler omgegaan worden met betalingstermijnen tijdens de crisis? Maar ook; hoe kan ik eenzame ouderen toch helpen nu ik niet meer op bezoek kan? Hoe kan ik iets goeds doen voor medeburgers in de tijd die ik nu overheb omdat ik geen hockeytraining meer kan geven?

Met deze en andere vragen kunnen Haagse inwoners van maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 en 21.00 uur en in het weekend tussen 10.00 tot 16.00 uur terecht op 070.205.30.03.  Dit is het centrale telefoonnummer dat de servicepunten XL hebben opgezet samen met tal van wijkpartners en in samenwerking met de gemeente Den Haag.

Zo willen ze ervoor zorgen dat de dienstverlening - ook in tijden van quarantaine en sociale isolatie – wordt voortgezet en niemand in de kou komt te staan.

Dit telefoonnummer werd vanochtend gelanceerd in aanwezigheid van Martijn Balster, wethouder welzijn. Wethouder Balster: “Mooi om te zien dat welzijnsorganisaties heel snel op zoek zijn gegaan naar hoe ze mensen zo goed mogelijk kunnen blijven ondersteunen en helpen. Ik hoop dat inwoners niet zullen schromen contact op te nemen. Voor zichzelf of voor een ander die het moeilijk heeft. Samen komen we deze moeilijke tijd te boven”.

Ook wethouder zorg, jeugd en volksgezondheid, Kavita Parbhudayal, vindt het belangrijk dat alle Hagenaars met zorgvragen snel en makkelijk goede ondersteuning vinden: Vooral voor kwetsbare ouderen zonder vangnet ben ik heel blij dat we dit samen met Xtra zo snel voor elkaar hebben gekregen. Fijn dat zij nu op één centraal telefoonnummer terecht kunnen, of het nu gaat om maaltijdbezorging, boodschappen of gewoon een gesprek om de stilte thuis te doorbreken”.

Naast het telefoonnummer kan uiteraard nog steeds gebruik gemaakt worden van de chatfunctie op https://servicepuntxl.nl/ en kunnen mensen die al ondersteuning ontvangen nog steeds terecht bij hun vertrouwde contactpersonen.

Samen blijven de gemeente Den Haag en de welzijnspartners werken aan een veerkrachtig en gezond Den Haag.

Andere en nieuwe dienstverlening in antwoord op de coronacrisis

17 maart 2020

Goede zorg, dienstverlening én de bescherming van de zwaksten in onze maatschappij liggen Xtra en al haar medewerkers nauw aan het hart. 
Daarom zal onze dienstverlening deze weken anders ingericht worden. We blijven ons dagelijks met hart en ziel inzetten voor (kwetsbare) burgers. Om besmetting te voorkomen, doen we dit tijdelijk echter zoveel mogelijk telefonisch, digitaal en op afspraak. We houden contact met iedereen die nu ondersteuning ontvangt en maken maatwerkafspraken over hoe die plaatsvindt.

Den Haag
Collectieve en horeca activiteiten worden, in lijn met het nationale beleid, opgeschort tot 6 april 2020.  Ook zijn onze Haagse wijkcentra niet meer vrij toegankelijk. Bewoners kunnen er terecht op afspraak.  Uiteraard gaan we dan voorafgaand na of een afspraak echt nodig is en of er geen sprake is van verhoogd risico.
Zoals gebruikelijk kunnen Haagse burgers terecht op www.servicepuntxl.nl. De chatfunctie hier maakt snel en laagdrempelig contact mogelijk. We intensiveren onze inzet hierop om op deze manier met inwoners in rechtstreeks contact te blijven.
Omdat veel inwoners toch liever gebruik maken van de telefoon dan van digitale middelen, komt er voor Den Haag een centraal telefoonnummer. Hierop kunnen inwoners terecht met vragen of verzoeken om ondersteuning. Dit nummer wordt in de loop van de week bekend gemaakt. Op die manier willen we bijdragen aan de gezondheid van alle Hagenaars.

Regionale inzet
Ook buiten Den Haag blijven we uiteraard onze ondersteuning aanbieden in aangepaste vorm.  Zo blijven MEE medewerkers zich in de hele regio inzetten ten bate van mensen met een beperking. Ook hier worden maatwerkafspraken gemaakt. Algemene aanpassingen van de dienstverlening zijn te vinden op de websites van MEE en VTV.

Nieuwe initiatieven
Tijdens deze crisis merken we dat kwetsbare burgers ook op andere vlakken ondersteuning nodig hebben. Daarom werken onze medewerkers met veel enthousiasme en energie aan nieuwe initiatieven.
Zo zijn sommige voedselbanken leeg en kunnen veel mensen niet meer terecht bij de sociale eetvoorzieningen. Daarom gaan we er in Den Haag voor zorgen dat er maaltijden bezorgd worden in de wijken en werken we aan het opzetten van een voedselbrigade.

Ook eenzaamheid ligt op de loer in tijden van quarantaine dus een ander initiatief waar we aan werken, is het opzetten van telefooncirkels om menselijk contact op een andere manier te behouden. Ook op kleinere schaal wordt ingesprongen waar nood is aan hulp en ondersteuning, bijvoorbeeld door hulp aan te bieden in een hospice met overbelaste verzorgers.

De coronacrisis stelt ons elke dag voor nieuwe uitdagingen maar zorgt ook elke dag voor nieuwe inzichten en initiatieven. We worden warm verrast door de veerkracht van mensen in de wijk en de energie van onze medewerkers om samen met oplossingen te komen. 

Op deze website en via onze andere kanalen houden we u op de hoogte over nieuwe initiatieven en onze lopende dienstverlening. Uiteraard volgen we daarbij de landelijke en gemeentelijke richtlijnen op de voet.

Laten we samen blijven werken aan een veerkrachtige en gezonde samenleving.

Servicepunt XL Den Haag biedt hulpverlening via Live chat

06 februari 2020

’Wil je chatten met een professionele hulpverlener?
Zit je ergens mee en kom je er zelf niet uit?’
zo begint de chat-tekst op de website www.servicepuntxl.nl. De nieuwe website biedt inwoners van Den Haag, jong en oud, de mogelijkheid om online te chatten met een maatschappelijk werker of cliëntondersteuner.

Deze chathulp is gratis en anoniem. Door op de website het chatvenster aan te klikken, kan men tijdens de chatspreekuren (en vanaf juni dagelijks tussen 09:00 en 17:00 uur) vragen stellen of een probleem bespreken. ‘In de chat bekijk en bespreek je samen met de professional, mogelijke oplossingen of antwoorden’ zegt Tamara Jansen, projectleider digitalisering bij Xtra, de organisatie die de website heeft ontwikkeld.

Met welke vragen kun je terecht op de chat?

‘Je kunt in principe alles vragen. Zijn er gedachten of gevoelens waar je mee worstelt? Heb je iets meegemaakt waar je met niemand over kunt praten? Op de chat kun je er anoniem en in vertrouwen over praten’ vervolgt zij. ‘Onze Servicepunten XL bieden hulp en ondersteuning bij vragen over zorg, werk, geldzaken, welzijn, wonen en vrijwilligerswerk. Ook voor de meer praktische vragen kun je natuurlijk terecht op de chat’.

Digitale aanvulling

De website servicepuntxl.nl werd in december gelanceerd, als de online toegang tot de 17 Servicepunten XL in Den Haag en Scheveningen. Via de Servicepunt XL website kun je ook allerlei andere informatie vinden, zoals adressen, diensten en activiteiten. Kijk meteen op de website welk Servicepunt XL het dichtste bij jou in de buurt is.

Hulp bij het oplossen van problemen

‘Wat wij hopen te bereiken? Dat mensen die ergens mee zitten en dat in vertrouwen willen bespreken, er niet mee blijven zitten. Heel vaak worden problemen snel groter als je er geen oplossing voor zoekt. Dat gebeurt bij jong en oud. Met de chatfunctie willen wij mensen op een snel toegankelijke manier verder helpen bij het oplossen van zorgen en problemen.’

Chatten met een professional? Ga naar www.servicepuntxl.nl en open de chat rechts onderaan de pagina.

Succesvol participatie project voor jongeren in Den Haag stopt door gebrek aan financiering

30 januari 2020

Project JA voor een Kans, stopt per half februari 2020. Dat maakten de Haagse Fondsen en Xtra Plus gisteren bekend. Een noodzakelijke keuze omdat het niet gelukt is om structurele financiering te vinden, ondanks de positieve resultaten. JA voor een kans biedt kwetsbare jongeren die tussen wal en schip vallen een kans op werk of een opleiding. In haar driejarig bestaan hebben 130 jongeren een leerwerktraject kunnen volgen door tijdelijke financiering van een aantal fondsen.

JA voor een Kans is een initiatief van Fonds 1818 en Stichting Boschuysen. Drie jaar geleden sloegen dertien fondsen de handen ineen om leertrajecten te financieren voor jongeren die het door
multi problematiek maar niet lukt om aan werk of school te komen of steeds weer uitvallen. Jongeren met bijvoorbeeld psychische problematiek, jong ouderschap, schuldenproblematiek of een verstandelijke beperking. Initieel bood het project ruimte aan 50 jongeren, maar dit werden er uiteindelijk 130.

Het loont om te investeren in kwetsbare jongeren maar commitment blijft uit
Directeur van Fonds 1818 Sanne ten Bokkel Huinink betreurt de beslissing: “Deze jongeren hebben specifieke begeleiding en vooral maatwerk nodig om een eerste stap te kunnen zetten om van de bank af te komen zonder de druk dat het direct goed moet gaan. En dat is wat JA voor een Kans biedt. Met dit project wilden we aantonen dat het loont om in deze kwetsbare jongeren te investeren en dat is wat ons betreft gelukt. We zien het echter niet als een blijvende taak van de fondsen om deze doelgroep naar werk te begeleiden, die verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente en het UWV. En ondanks de vele gesprekken die er gevoerd zijn, komt er van die organisaties onvoldoende commitment. Daarmee houdt het voor ons op.”

Pijnlijk dat het project ondanks de positieve resultaten moet stoppen
Afgelopen zomer werd JA voor een Kans overgedragen aan Xtra Plus, de organisatie die ook het Jeugd Interventie Team en Loket Jonge Moeders onder haar vleugels heeft. Eveneens is er hulpverleningsaanbod voor jongeren met complexe problematiek. Ondanks het feit dat JA voor een Kans een mooie aanvulling is op hun aanbod, is het ook hen niet gelukt om duurzame financiering te krijgen bij de gemeente Den Haag of vanuit de WMO. “Het is pijnlijk om te moeten constateren dat een preventief project voor deze complexe doelgroep vanwege een tekort aan financiering moet stoppen, ondanks de positieve resultaten. De kans is aanwezig dat dit de samenleving op langere termijn meer geld zal kosten.” aldus Truus van Tiggelen, directeur Xtra Plus.

Juist kwetsbare jongeren komen buiten spel te staan
“Ik heb in de afgelopen jaren veel initiatieven voor jongeren zien komen en gaan,” zegt May van Waes. Zij is vanaf het begin betrokken als projectleider. “Projecten worden met veel enthousiasme binnengehaald en opgezet met stimuleringsgeld vanuit fondsen. Maar als na een jaar of twee het geld op is, wil de gemeente alleen de projecten steunen die zelf kostendekkend zijn. Daarbij stellen zij hoge eisen aan het percentage deelnemers dat moet uitstromen naar betaald werk. Eisen die juist voor de complexe doelgroep, onrealistisch zijn. Bij een deel van hen moet je al heel blij zijn dat zij überhaupt in beweging komen. Het gevolg is dat projecten die zich op de meest complexe groepen richten, ermee stoppen zoals eerder de Haagse initiatieven Het Ambacht, Vakbroeders en The Colour Kitchen. Hiermee verdwijnt aanbod voor de meest kwetsbare groep die daarmee buiten spel komt te staan.”

Bevorderen zelfredzaamheid van jonge burgers is een geweldige investering
JA voor een Kans heeft positieve resultaten geboekt bij een doelgroep die dikwijls al jaren niet actief was: 27,5% is een half jaar na het traject nog steeds aan het werk, 22,5% zit op school en nog eens 22,5% is doet een vervolgtraject of vrijwilligerswerk. “Het bevorderen van de zelfredzaamheid van haar jonge burgers is voor een stad een geweldige investering in haar eigen toekomst,” aldus Bernard Uyttendaele, rentmeester van Stichting Boschuysen. “De jongeren zijn van de bank af, doen weer mee en voelen zich weer waardevol. Dat is belangrijk voor deze jongeren, maar ook maatschappelijk heel relevant omdat we hiermee op lange termijn enorm veel kosten besparen.”

Overleg met de gemeente Den Haag
Xtra Plus en de fondsen zijn in overleg met de gemeente Den Haag. De gemeente zegt de komende periode te willen gebruiken om gezamenlijk te verkennen welke waardevolle elementen van het project JA voor een Kans op een andere wijze een vervolg kunnen krijgen. Als reden noemt zij dat zij graag samen met partijen uit de stad werken die een verlengde bieden van de gemeentelijke dienstverlening.

Uitnodiging aan de Haagse Politiek
De voorkeur van Xtra Plus en de fondsen is echter het project in zijn bestaande vorm te behouden. Zij nodigen de Haagse politiek van harte uit om samen te kijken naar structurele financiering en borging van het aanbod. 

Laatste ronde Ja voor een Kans
Begin februari vindt er een laatste oriëntatieweek plaats waar alle jongeren welkom zijn die graag íets willen, maar bij wie het zelfstandig niet lukt. Zij kunnen daarna instromen bij een leerwerktraject, nog één keer gefinancierd door de fondsen. Daarna stopt het project en gaat het ‘de koelkast in’ in de hoop op een doorstart, wanneer er in de toekomst toch budget vrijkomt voor hulp aan deze kwetsbare doelgroep.
Met de laatste beschikbare middelen vanuit de fondsen is besloten om tot eind 2020 bij het
Jongeren Informatie Punt een loket open te houden voor deze doelgroep. Het JIP houdt de informatie up to date vanuit de gemeente en leerwerkbedrijven. Jongeren, hulpverleners en ouders kunnen er terecht met hun vragen. Doel is om te blijven informeren en adviseren over de kansen die er in de stad zijn. Want er zullen altijd jongeren blijven die deze kans nodig hebben en er zijn gelukkig ook altijd ondernemers die hen deze kans willen bieden.

Voor deelname aan de Oriëntatieweek (3-7 febr. 2020) zie www.javooreenkans.nl. Het JIP is iedere werkdag geopend van 13 – 17 uur op de Amsterdamse Veerkade of ga naar www.jiphaaglanden.nl

Wijziging Raad van Bestuur en Raad van Toezicht

16 januari 2020

De Raad van Toezicht heeft mevrouw Margo van Rheenen met ingang van 1 januari 2020 benoemd als lid van de Raad van Bestuur van Xtra.
Margo van Rheenen is goed bekend met onze organisatie en haar rechtsvoorgangers. Als manager en directeur van MEE Zuid-Holland Noord en als directielid van Xtra heeft zij een belangrijke rol vervuld in de ontwikkeling van onze organisatie. Wij zijn verheugd dat Margo met haar kennis en ervaring, haar visie op (de organisatie van) onze dienstverlening en haar passie om impact te hebben op de levens van mensen die tijdelijk of langdurig ondersteuning nodig hebben, in deze nieuwe rol samen met de voorzitter van de Raad van Bestuur Eric Lemstra, Xtra verder vorm en inhoud wil geven. Gezien de uitdagingen en mogelijkheden die we zien om onze dienstverlening te verstevigen, zijn we blij met deze versterking van de Raad van Bestuur.

Om blijvend soepel en doeltreffend te kunnen inspelen op veranderingen in samenleving en organisatie hebben Raad van Toezicht, Raad van Bestuur en directie van Xtra in het afgelopen jaar uitgebreid stil gestaan bij onze toekomstvisie en -organisatie. De maatschappelijke ontwikkelingen vereisen dat we voortdurend innoveren, dat we de zorg- en dienstverlening betaalbaar houden en dat we slimme oplossingen zoeken waarin professionals, vrijwilligers, buurtbewoners en ervaringsdeskundigen met elkaar samenwerken.

 

 

Wijziging Raad van Toezicht
Verder kunnen wij mededelen dat ook het voorzitterschap van de Raad van Toezicht per 1 januari 2020 is gewijzigd. Vanaf het begin van onze organisatie heeft de heer Jan Heemskerk het voorzitterschap op zich genomen. Hij heeft vanuit die rol tevens leiding gegeven aan het veranderingsproces van de Raad van Toezicht, dat enige jaren geleden is ingezet. Conform het rooster van aftreden heeft Jan Heemskerk per 1 januari jl. het voorzitterschap overgedragen. Wij zijn Jan zeer erkentelijk voor zijn bijdrage aan de organisatie. Wij zijn verheugd dat Chris Schaapman het voorzitterschap op zich neemt. Chris Schaapman heeft een brede bestuurlijke en politieke ervaring. Hij is maatschappelijk actief en beschikt over een breed netwerk. Vanuit zijn rol zal hij zich inzetten om de Xtra-missie ‘Meetellen en Meedoen’, die ons elke dag in beweging brengt, uit te dragen. 

Vrijwilligerswerk: waardevol, leerzaam en gezellig

07 november 2019


Vrijwilligerswerk is er in alle soorten. Voor iedereen is iets te doen. Wat je interesse, talent of (werk)ervaring ook is, je hulp is altijd welkom. Je kan bijvoorbeeld voorlezen bij kinderen thuis, koken voor een buurtmaaltijd, mensen helpen die niet (goed) met de computer om kunnen gaan of als chauffeur aan de slag.
Als vrijwilliger kan je veel betekenen voor een ander. Het is ook een leuke manier om meer mensen te leren kennen in de buurt. Daarnaast kan het je helpen je talenten te ontdekken, vaardigheden te ontwikkelen en nuttige ervaring op te doen. Zo kan vrijwilligerswerk een opstap zijn naar betaald werk.

“Zo’n 3.000 vrijwilligers zetten zich met hart en ziel in bij onze activiteiten, diensten en projecten. Ze zijn absoluut onmisbaar. Of het nu gaat om jeugdactiviteiten, projecten tegen eenzaamheid of werk achter de schermen in het wijkcentrum, zonder onze vrijwilligers zijn we nergens.”
Els Bleijenberg (projectmanager vrijwilligers bij Xtra welzijn)

Vrijwilligers zijn de drijvende kracht van onze welzijnsorganisaties en van grote waarde voor duizenden Hagenaars. De vrijwilligers zetten hun tijd, kennis en ervaring in om anderen te helpen. En daar worden ze zelf ook blij van! Lees hier meer over wat vrijwilligerswerk voor jou en voor een ander kan betekenen.

Vrijwilligerswerk: waardevol, leerzaam en gezellig