Welkom

Andere en nieuwe dienstverlening in antwoord op de coronacrisis

Goede zorg, dienstverlening én de bescherming van de zwaksten in onze maatschappij liggen Xtra en al haar medewerkers nauw aan het hart. 
Daarom zal onze dienstverlening deze weken anders ingericht worden.

Lees hier verder

Wij hebben onze krachten gebundeld in Xtra

Op zoek naar wat wij voor u kunnen betekenen?

Bent u op zoek naar praktische informatie over wat wij doen, tijdstippen en locaties? Of wilt u meer weten over het nieuws uit de wijken? Klik dan op de buttons hieronder. U wordt dan doorgezet naar de websites van de betreffende organisaties.

Zebra WelzijnVOOR WelzijnMOOI WelzijnMEE ZHNJIPJITSMW +JongLeren

Welkom

Wij ondersteunen bewoners in hun kwetsbare periodes; wanneer zij het tijdelijk of langdurig moeilijk hebben omdat ze fysiek en/of mentaal niet goed in staat zijn deel te nemen aan de samenleving. Wij benutten hun talenten en mogelijkheden en geven hen de kans problemen zelf op te lossen, in en met hun sociale netwerk.

Meer over Xtra

Nieuws

Missie Vadercentrum: 100.000 mondkapjes maken voor de stad

23 juni 2020

    
Als je het Vadercentrum (ondersteund door Xtra) in de Haagse wijk Laakkwartier binnenkomt, hoor je meteen het geratel van de naaimachines. Dag in dag uit komen vrijwilligers hier kleurrijke mondkapjes maken die gratis worden weggegeven. Het moeten er 100.000 in totaal worden dus de harde werkers zijn nog wel even bezig. “Vele handen maken licht werk.”

“Dankjewel Bilal! Ik denk dat ze er heel blij mee zullen zijn”, zegt vrijwilliger Louise tegen de coördinator van het Vadercentrum. De stapel mondkapjes die ze in haar hand heeft, neemt ze mee naar Parnassia waar de cliënten mondkapjes moeten hebben. “Voor de afdeling verslaving heb ik extra kleurrijke mondkapjes uitgezocht.” Veel welzijnsorganisaties en Voedselbanken hebben zich al gemeld en willen duizenden mondkapjes afnemen.

In het Vadercentrum wordt daarom keihard doorgewerkt. De plastic opbergdozen raken steeds voller. De vrijwilligers maken 300 mondkapjes per dag. Zeven dagen per week. De een knipt het katoen op de juiste maat, de ander strijkt vouwen in het lapje, de derde lockt de zijkanten, de vierde maakt het mondkapje aan de zijkanten dicht, een vijfde zorgt voor de elastieken en de zesde knipt alle losse draadjes af. Een doorlopend proces onder begeleiding van de kleermakers.

Grootste lol
Het team is inmiddels goed op elkaar ingespeeld en heeft de grootste lol met elkaar. “Wat moet ik de hele dag thuis?! Het is hier veel gezelliger. Ik ben een doener en nu kom ik ’s avonds voldaan thuis”, zegt de 71-jarige Eef die losse draadjes van de mondkapje knipt. Die taak doet hij samen met de 47-jarige Dennis. Hij heeft een bipolaire stoornis en is afgekeurd. Vrijwilligerswerk geeft hem structuur. “Ik voel me gewaardeerd en krijg een glimlach van mensen. Dat is me 100.000 keer meer waard dan een salaris.”  

Zaida is ook een van de harde werkers die achter de naaimachine zit. Door de coronamaatregelen kan ze haar eigen werk niet uitvoeren en is alleen. “De muren kwamen op me af en nu kan ik me in de coronacrisis toch nog een beetje nuttig maken. Ik kom zeven dag in de week maar werk op mijn eigen tempo.” Ze zit naast de 29-jarige Iris, zelfstandig vormgever. “Ik zit door de crisis tijdelijk zonder werk.Ik woon hiernaast en ben hier binnen gelopen om te helpen. We maken er samen een feestje van.” 

Van en voor vrijwilligers
Het Vadercentrum bestaat al twintig jaar en is een buurtcentrum van en voor vrijwilligers. Het centrum heeft vier projecten: het buurtvadersproject, de Weggeefwinkel, het Klusteam en het Repaircafé. In ‘gewone tijden’ komen wekelijks zo’n 800 mensen langs. De een om te eten, de ander voor de weggeefwinkel of voor het bijwonen van lezingen of dialoogbijeenkomsten of het volgen van cursussen zoals een naaicursus. Ruim 800 mannen behaalden een certificaat. 

Door de coronatijd was het Vadercentrum niet meer toegankelijk. Bilal en zijn kompanen hebben meteen belcirkels opgezet met tien personen per groep. Zij zijn elke dag mensen in de wijk gaan bellen om te vragen naar hun gezondheid en gesteldheid. Dat hebben ze wekenlang gedaan. Ook hebben vrijwilligers kaartjes geschreven naar bejaarden in ouderencentra, zijn boeken uit de weggeefwinkel op tafels voor de deur gelegd zodat mensen die gratis konden meenemen of ruilen, is een muziek gespeeld voor mensen in de wijk, tour d’amour. “We hebben niet stil gezeten”, zegt Bilal met enige trots.

Meer dan een buurthuis
Het Vadercentrum is eigenlijk meer dan een buurthuis. “Ons centrum heeft een ziel die voelt wat er aan de hand is in de wijk. En die ingrijpt als het nodig is. Dat kan zijn aIs er ergens overlast met jongeren is, kunnen we onze buurtvaders erop afsturen. Maar ook als we signaleren dat het met iemand niet goed gaat, trekken we ‘m naar binnen als vrijwilliger. Tijdens de coronaperiode merkte ik dat een van de vrijwilligers door de eenzaamheid heel somber was en suïcidale gedachten had. Ik heb hem elke dag gebeld, heb hem geprobeerd in zijn kracht te zetten en heb hem taken gegeven in het Vadercentrum. Daardoor voelde hij zich weer gezien.”

Dagbesteding
Het Vadercentrum pakt alles aan met en door bewoners. Of het nu gaat om huisvuil- of geluidsoverlast, hangjongeren, eenzaamheid of huiselijk geweld. En nu met het omvangrijke mondkapjesproject laat Bilal weer zien: alles kan. “De mondkapjes zijn geen doel maar een middel om mensen een dagbesteding te bieden. Hoogste doel is gezelligheid, niet in je eentje thuis hoeven zijn, het gevoel nuttig te zijn en een bijdrage kunnen leveren. De komende anderhalf jaar zijn we daar nog wel mee bezig.” 

Wil je een bijdrage leveren? Het Vadercentrum heeft textiel (katoen) nodig. Lever dekbedovertrekken of lakens in op het Jonckbloetplein 24 in Den Haag.

Tekst: Merijn van Grieken
Fotografie: Vadercentrum

‘Haags Ontmoeten geeft structuur aan mijn leven’

18 juni 2020

Haags Ontmoeten is een plek in de wijk waar alle zelfstandig wonende Haagse ouderen en hun mantelzorgers vrij kunnen binnenlopen. Het is een plek om te ontmoeten, ervaringen te delen en te ontspannen. Ouderen hopen dat alle locaties weer opengaan. “Ik heb het zo gemist.” Xtra zet zich vol overgave in voor dit waardevolle initiatief.

Scrabbelen, sjoelen, bingo, geheugentraining, schilderen en samen bewegen en soep koken. De 85-jarige Co van der Zanden kan niet wachten tot ze weer naar de activiteiten van Haags Ontmoeten kan gaan. “Ik heb de gezelligheid en de mensen zo gemist de afgelopen weken”, zegt ze aan de telefoon. Ze gaat drie keer per week naar Haags Ontmoeten in wijkcentrum De Wiekslag in de Haagse wijk Kraaijenstein. Het is als een tweede thuis geworden.

Hart op de juiste plaats
“Als je alleen woont, geen kinderen hebt en je wat ouder bent, vind je het al snel goed. Je laat iets sneller de boel de boel. Die drie bezoekjes in de week geven structuur aan mijn leven en geven mij houvast. Ze zorgen er ook voor dat ik me elke week weer op iets kan verheugen. Door de coronamaatregelen was dat in een keer weg”, zegt Co van der Zanden.

Ze heeft er alle begrip voor dat de ochtenden moesten stoppen, maar jammer vindt ze het wel. “Ik ben deze nare periode goed door gekomen. De eenzaamheid steekt soms heel erg de kop op. Je voelt je dan even heel beroerd, maar dankzij telefoontjes of een bloemetje van een van de vrijwilligers kan ik weer even vooruit. Zij hebben het hart op de juiste plaats.”

Groep splitsen
Nu de coronamaatregelen zijn versoepeld gaan de locaties van Haags Ontmoeten voor een groot deel weer open. De 35 locaties hebben elk een eigen gezicht en hebben verschillende standplaatsen: van kringloopwinkels tot verzorgingshuizen en wijkcentra. “De locaties in een zorglocatie, kunnen nog niet allemaal open omdat er nog corona heerst. En op de locaties waar ook geïndiceerde dagbesteding plaatsvindt, moeten we afstemmen hoeveel mensen van buitenaf in het pand mogen”, legt Ellen Pals uit. Ze is projectleider van Haags Ontmoeten.

De meeste locaties gaan met kleine groepjes en op afspraak open. Hierdoor is het open karakter, gewoon kunnen binnenlopen, tijdelijk niet mogelijk. “We moeten weten wie er komen om aantallen te kunnen registreren. Dus ik heb mijn groep moeten splitsen. Ik moet goed nadenken over de anderhalve meter afstand; niet alle activiteiten zijn geschikt”, zegt activiteitenbegeleider Hilde Huitink van de Wiekslag. “Maar de mensen zijn allang blij dat ze weer mogen komen. Ze hebben er heel veel zin in om elkaar weer te zien.”

Eenzaamheid
Tijdens de coronaperiode heeft de begeleider zich geen moment zorgen hoeven maken over ‘haar’ ouderen. “Hoewel het zicht op de deelnemers wegviel, hadden we snel de situatie van elke deelnemer in kaart gebracht. Is er familie? Is er een mantelzorger? Zo ja wie? Het enige waar ik een beetje mee zat was de eenzaamheid. Mensen komen juist vanwege het menselijk contact bij ons. Vandaar dat elke vrijwilliger een aantal ouderen onder zijn vleugels kreeg.”

De vrijwilligers onderhielden elke week op een vast moment contact met een vaste groep om vinger aan de pols te houden. “Gaat het goed? Redden ze zich? Waar is behoefte aan? Is er behoefte aan de boodschappendienst, een belcirkel met leeftijdsgenoten of aan een maaltijd van de Participatie Keuken? Behalve dat contact, belde ik zelf ook nog eens iedereen elke week voor een praatje”, zegt Hilde Huitink.

Veerkracht
Het mooie van deze tijd vindt ze de veerkracht van mensen. “Ze handhaven zich en houden zich goed. Ze zijn dingen blijven doen en waren daar heel creatief in. Er zijn drie dames in de buitenlucht gaan breien met elkaar. Er zijn initiatieven buiten ons om ontstaan. Heel leuk. De mensen zijn nog zo zelfstandig. Ze hebben voldoende te doen en zaten niet met ziel onder de arm.”

Toch telt Co van der Zanden de dagen op de kalender af. “Donderdag 11 juni gaat het weer beginnen, maar ik pas wel op… Ik wil die anderhalve meter afstand in acht nemen. Ik voel me fit en kwiek, maar het afstand houden wordt niet voor niets geadviseerd. Ik ben voorzichtig. Ik blijf liever vier dagen te lang binnen dan dat ik er een dag te vroeg op uit ga.”

Meer informatie staat op www.haagsontmoeten.nl

tekst: Merijn van Grieken
​foto: stock

 

16 juni 2020


‘Ik heb veel van Shailesh geleerd en leer nog steeds van hem.’ Meryem (17) is aan het woord. Zij vertelt over Shailesh Ramnath, kinderwerker van Voor Welzijn (onderdeel Xtra) in Den Haag en genomineerde voor de Verkiezing Sociaal Werker 2018. Hij vertelt over zijn werk in de wijk. En we spreken met Meryem, Nada (11) en Safae (11) over hoe Shailesh voor de kinderen en de buurt verschil maakt.

Heb je er altijd van gedroomd kinderwerker te worden? 
Shailesh: ‘Eerlijk gezegd niet. Ik ging de opleiding cultureel maatschappelijke vorming doen omdat ik graag wilde werken bij muziekevenementen. Alleen kreeg ik een stageplek in de Schilderswijk. Daar zag ik hoeveel verschil je als sociaal werker maakt voor kinderen en jongeren. Mijn volgende stage als kinderwerker was hier in de Bokkefort in Loosduinen. Ik ben nooit meer weggegaan en werk hier nu alweer dertien jaar. Ik ken de wijk, de kinderen en veel jongeren goed.’

Waren er hier problemen in de wijk?
‘Er was hier, en rond het aangrenzende park, overlast van jongeren. Om dat op te lossen ben ik ouders gaan betrekken. Ook degenen die niet open stonden voor hulpverlening. Omdat ik er niet alleen ben als het slecht gaat, maar ook als het goed gaat, bleken ouders toch sneller geneigd te praten over lastig gedrag van hun kinderen. Anders dan andere hulpverleners kom ik niet met opgelegde of gedwongen hulp. Door de vertrouwensrelatie met ouders en kinderen kon en kan ik open gesprekken voeren. Mijn zorgen uitspreken en samen zoeken naar oplossingen. Het helpt dat ik heel erg betrokken ben bij de leefwereld van de kinderen.’

Dat laatste beaamt Meryem: ‘Ik ben nu zeventien jaar en kom al vanaf mijn vierde in de Bokkefort. Nu als stagiaire. Mijn broers en zussen kwamen hier ook. Als ik vanuit school hier kwam dan ontving Shailesh mij met open armen.’ Lachend ‘Terwijl ik echt wel een vervelend kind was toen.’ 

Safae: Shailesh heeft met ieder kind een eigen band en weet goed hoe hij met ze om kan gaan 

 

Je benadrukt dat je kinderwerker bent en niet jeugdwerker. Waarom?
Shailesh: ‘Dat is omdat bij jeugdwerk vaak gedacht wordt dat je moet starten met jongeren vanaf twaalf jaar. Terwijl het mijn overtuiging is dat het vroeger moet. Je moet kinderen al jonger binden aan de buurt. En een veilige en vertrouwde plek bieden. Je ziet het aan de kinderen die hier tien tot twaalf jaar geleden kwamen. Vaak hebben zij al baantjes, gaan ze naar school, willen ze iets doen voor de buurt. Meryem is daarvan een voorbeeld.’

Meryem: ‘Shailesh hielp mij altijd op weg als ik problemen had. Ook toen ik wat ouder was. Hij leerde me om met dingen om te gaan. Later vroeg hij dan altijd nog een keer of het geholpen had. Hij was er echt voor mij. Ik heb veel van hem geleerd en ik leer nog steeds van hem. Vroeger hielp hij me bij mijn huiswerk en nu is hij mijn stagebegeleider. Zodat ik straks kan studeren voor pedagogisch medewerker. Hij leert me omgaan met verschillende kinderen, culturen, geloven. Daar kan ik ook mee verder buiten de Bokkefort. Dankzij de hulp van Shailesh kom ik vooruit.’ 

 

Meryem: Shailesh heeft mij gemotiveerd om mijn leven anders op te pakken. 

 

Shailesh: ‘Mooi om die persoonlijke ontwikkeling te zien. Daarnaast begint hier ook leren participeren al vroeg. De kinderen zien wat een plezier het geeft om wat te doen in de buurt en van betekenis te zijn voor buurtbewoners.’
 
Safae: ‘Ik kom hier vaak na school om met andere kinderen te spelen en nieuwe kinderen te ontmoeten. We doen soms Just Dance of we praten met elkaar.’ 
Nada vult aan: ‘We doen spelletjes, mogen op de computer of knutselen. Of we maken huiswerk. Je kunt hier ook aan je spreekbeurt of boekbespreking werken. Shailesh helpt ons dan.’

Nada en Safae: Je bent bij Shailesh altijd welkom.
Ook als je al ouder bent dan twaalf of als je te vroeg komt.
 

Safae: ‘Maar wij zitten ook in de kinderraad. Daar praten we over wat leuker kan worden hier in de Bokkefort. Of in de buurt. Dan nodigen we bijvoorbeeld de gemeente uit of de wijkagent. Zij kijken dan samen met ons wat we anders willen. Bijvoorbeeld welk speeltoestel we willen in de speeltuin.’

Nada: ‘Maar we doen ook leuke dingen voor ouderen met een verstandelijk beperking. In december hebben we cadeautjes gebracht en oliebollen. Zij hebben soms geen familie die komt. Dan zijn wij er.’
Safae: ‘Het is gezellig en fijn iets liefs te doen. We hebben pas een prijs gewonnen van € 500. We bedenken dan weer iets leuks voor de buurt. Bijvoorbeeld een buitenspeeldag met springkussens.’ 

Shailesh: ‘Met bezoek aan ouderen of mensen met een verstandelijke beperking zien de kinderen dat er mensen zijn die anders zijn en anders leven. Die kwetsbaar zijn, en dat je daar rekening mee moet houden. Maar het verandert ook de beeldvorming van ouderen over de kinderen.’

Waarom is het kinderwerk zo belangrijk voor de buurt?
Shailesh: ‘Mijn visie is dat je kinderen al zo jong mogelijk een plek moet geven waar ze zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen. Waar ze andere kinderen ontmoeten, samen buiten kunnen spelen, iemand hebben met wie ze kunnen praten. Mijn werk heeft daarnaast een flinke spin-off in de buurt: er is minder overlast, meer rust, het park en de speeltuin zijn een fijne (buiten)speelplek, kinderen participeren. Die visie maak ik ook zichtbaar in de buurt, bij samenwerkingspartners, bij het Stadsdeel Loosduinen. Kinderwerk gaat verder dan werken met kinderen!’

Shailesh: Ik ben trots op wat ik hier bereikt heb. Er is veel verbeterd in de buurt. 

 

Bron tekst en beeld: www.sociaalwerk-werkt.nl

05 juni 2020

Na de sluiting van de Servicepunten door de coronamaatregelen wordt in korte tijd een centrale hulplijn voor kwetsbare Hagenaars opgezet. Het noodnummer 070- 205 30 03 wordt overstelpt met vragen. “Het is flink aanpoten”, zegt maatschappelijk werker Pam Rombout over het tijdelijke noodnummer. “Het is een prachtig initiatief voor burgers in crisistijd”, zegt coördinator Gaitrie Sahtoe van Voor welzijn (onderdeel van Xtra).

Huilend krijgt maatschappelijk werker Pam Rombout de eerste weken in coronatijd een 60-jarige man aan de telefoon. Iedereen wordt aangeraden zoveel mogelijk binnen te blijven. Hij kan geen meer kant op. Zijn koffieochtend in het wijkcentrum of cafeetje zit er niet meer in. Zijn zus bij wie hij inwoont, mishandelt hem psychisch en verplicht hem onder meer op de keukenvloer te slapen. Door het wegvallen van de dagelijkse uitjes, kan hij er niet meer tegen. Radeloos belt hij de hulplijn.

“Dit verhaal maakte flinke indruk. Ik sliep er slecht van omdat ineens duidelijk werd wat de impact van de coronamaatregelen op een mensenleven kan zijn. Deze man zat door de lockdown plots gevangen met zijn tirannieke zus. Door een van onze medewerkers van het Servicepunt in zijn stadsdeel is hij verder geholpen”, vertelt Rombout over haar eerste periode bij de centrale hulplijn 070 205 3003. Ze werkt ook bij het Servicepunt XL De Regenvalk en ’t Lindenkwadrant.

Vragen, advies en informatie
Het is een van de vele verhalen die ze via het noodnummer te horen krijgt. Er volgen nog enkele honderden andere gesprekken met kwetsbare Hagenaars. Na de lockdown in maart bellen zij voor vragen, advies en informatie naar de in recordtempo opgezette hulplijn, voortkomend uit een krachtenbundeling van de werkmaatschappijen van Xtra. De professionele centrale, opererend vanuit wijkcentrum Escampade, vervangt de gesloten Servicepunten XL.

Roodgloeiend
Die eerste weken staat de telefoon roodgloeiend. Per week komen er gemiddeld 500 tot 600 calls binnen. Dagelijks werken vier medewerkers van 9.00-15.00 uur en twee medewerkers van 15.00- 21.00 uur en in het weekend en feestdagen bij de hulplijn. “Nog steeds is het hard werken. Onze mensen zitten onophoudelijk aan de telefoon om bewoners te ondersteunen. Als blijkt dat mensen meer nodig hebben dan advies en informatie, neemt een maatschappelijk werker contact met ze op”, zegt Gaitrie Sahtoe, een van de coördinatoren van de hulplijn.

Doorverwijzen naar partners
Medewerkers proberen zo snel mogelijk achter de hulpvraag te komen. Is er sprake van armoede en geeft een bewoner aan gebruik te willen maken van de maaltijden van de Participatie Keuken dan wordt bekeken of hij daarvoor aangemeld kan worden. Blijkt uit een gesprek dat een bewoner niet kan rondkomen, dan kan er een Voedselbankaanvraag worden gedaan. Bij eenzaamheid kan een cliënt o.a. worden aangemeld voor een belcirkel waarbij ouderen telefonisch contact met elkaar onderhouden. 

Financiën, wonen en psychosociale hulp
Volgens Sahtoe en Rombout hebben de meeste mensen die bellen grote zorgen over financiën, wonen en psychosociale hulp. “Sommige mensen zagen in een klap hun inkomen wegvallen doordat nul-urencontracten niet werden verlengd. Hoe moet ik mijn huur betalen? Hoe kan ik een uitkering aanvragen? In de praktijk blijkt dat er nog steeds veel mensen zijn die net tussen de voorzieningen in vallen, waardoor de (financiële) ondersteuning gering is”, zegt Sahtoe.

Ook wonen is voor veel mensen een groot probleem. Dat was volgens Pam ook al zonder coronacrisis een ‘pijndossier’ vanwege de grote woningnood en de geringe doorstroming. “Een moeder die met vier kinderen in een kamer woont, een man die na een scheiding niet kan verhuizen door een wegvallend inkomen… Alles staat stil en brengt enorme spanningen met zich mee. We kunnen cliënten weinig perspectief bieden. De woningen zijn er gewoon niet”, vertelt Rombout. We luisteren en ondersteunen daar waar mogelijk.

Binnenlopen
Hoe zinvol de hulplijn ook, hopen de twee dat de Servicepunten XL weer snel opengaan. “De hulplijn is van grote waarde. We willen bereikbaar zijn voor de (kwetsbare) bewoners. Het bereikt daarnaast ook mensen die nooit eerder in contact zijn geweest met de mogelijkheden van ons welzijnswerk. Het is een prachtig initiatief voor burgers in crisistijd, maar het mooiste is als bewoners weer terecht bij hun oude vertrouwde Servicepunt XL, zoals ze gewend zijn”, aldus de coördinator.

Heeft u een (hulp)vraag? Bel met 070 205 3003. De hulplijn is van maandag t/m vrijdag bereikbaar van 9.00 tot 21.00 uur en zaterdag en zondag van 10.00 – 16.00 uur.

Tekst: Merijn van Grieken
Beeld: Stock 

 

25 mei 2020


Astrid Bleumer is cliëntondersteuner van mensen met een verstandelijke beperking van MEE en van gezinnen en mensen die via het meldpunt Bezorgd Delft bij haar terecht komen. Ook in coronatijd gaat de Kortdurende Intensieve Aanpak (KIA) onverminderd door. Hoe doet ze dat? Hoe ziet haarwerk eruit? “Juist nu wil ik de cliënten zekerheid blijven bieden.” (MEE ZHN is onderdeel van Xtra)

Astrid Bleumer zou een boek kunnen schrijven over haar werk. Ze is de steun en toeverlaat van tientallen gezinnen in Delft. Een drukke baan die haar veel voldoening geeft. Bij MEE is ze cliëntondersteuner voor mensen met een beperking met allerlei hulpvragen bij Delft Voor Elkaar. Zo helpt ze een alleenstaande moeder met het zoeken naar werk of een meneer met een lichamelijke beperking met de aanvraag voor een ander huis.

Daarnaast ondersteunt Bleumer bij Kortdurende Intensieve Aanpak (KIA) mensen die psychisch of financieel in de knoop zitten. Na een melding van buren, familieleden, huisartsen, wijkagenten of woningbouwverenigingen bij Meldpunt Bezorgd Delft komen ze na een hulpvraag-screening bij KIA terecht. Het gaat vaak over dreigende uithuiszetting, verwaarlozing, financiële problemen.

Orde in de chaos
Bleumer schept orde in de chaos. Ook in coronatijd. De praktische zaken, zoals een plan van aanpak maken, contact leggen met budgetbeheerder en voor gezinnen in nood fondsen aanvragen kan met thuiswerken gewoon doorgaan. Maar juist de vele huisbezoeken, het grootste deel van haar werk, liggen nagenoeg stil.

Voordat ze aan de slag kan, moet ze vertrouwen van cliënten zien te winnen. Huisbezoeken zijn daarin essentieel. “Mensen met wie ik te maken krijg, zijn vaak zorgmijders. Ze hebben al een hele geschiedenis van hulpverlening achter de rug. Ze zien mij als de zoveelste. Ze hebben hulp nodig, maar geloven er niet meer in. Het vertrouwen is weg; achterdocht heerst”, zegt Bleumer.

 

“Niet alleen ontmoetingen, ook andere manieren van contact kunnen hoop bieden”, weet Astrid Bleumer. “Voornaamste in coronatijd is mensen laten weten dat ze er niet alleen voor staan.” 

 

In het echt zien
Juist die nodige huisbezoeken zijn tijdens de lockdown nauwelijks mogelijk. Die hebben plaatsgemaakt voor videobellen. “Natuurlijk kun je een via een videoverbinding een gesprek voeren, maar je mist de non-verbale communicatie. Je kunt mensen niet recht in de ogen aankijken en ziet niet hoe ze zich bewegen in hun eigen omgeving. Het is een gemis.”

Daarom probeert Bleumer cliënten soms nog wel in het echt te zien, op anderhalve meer en in de buitenlucht. Laatst is ze een stuk gaan lopen met een nieuwe cliënt, een jongen van 21 jaar. Hij had zichzelf aangemeld met financiële problemen. “Soms is er meer aan de hand dan alleen die ene hulpvraag. Je zoekt altijd naar de vraag daarachter. Hij bleek geen netwerk te hebben en liep ook vast met werk. Ontmoetingen leveren zoveel meer informatie op dan een videocall.”

Kaartjes rondbrengen
Toch kunnen ook andere manieren van contact de mensen hoop bieden, weet Bleumer. Voornaamste in deze tijd is mensen laten weten dat ze er niet alleen voor staan. “Ik wil een lijntje blijven houden. Ik app om de paar dagen, bel elke week en videobel vaker dan normaal. Ik stuur soms een kaartje of breng er een rond”, zegt Bleumer.

En haar hulp gaat soms verder. Voor een geïsoleerde mevrouw - ze heeft geen netwerk, krant of tv -  bewaart ze soms de krant en bij een verstandelijk beperkte meneer is ze langsgegaan voor een praatje aan de voordeur. “Ik moest hem toen vertellen over het coronavirus. Hij had geen idee.”

Creatief zijn
Bleumer houdt de contactmomenten voor zichzelf bij op een lijst. Ze vindt het heel belangrijk dat al haar hulp doorgaat en dat ze er voor mensen kan zijn. “We willen voorkomen dat er door corona vertragingen ontstaan. Zo moet een cliënte formulieren invullen en ondertekenen voor de aanvraag van haar uitkering. We hebben een werkplek gemaakt met een scherm, zoals het oude postkantoor. Soms moet je creatief zijn om alles door te laten gaan. Stilstaan is geen optie. Juist nu wil ik de cliënten zekerheid blijven bieden.”

MEE Zuid-Holland Noord
MEE Zuid-Holland Noord is dé expert voor mensen met een beperking en hun omgeving.
Meer informatie over MEE kunt u vinden op www.meezhn.nl.

 

Foto: Eigen foto Astrid Bleumer
Tekst: Merijn van Grieken

Twitterfeed